De gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is per eind juli gelijk aan 94%. Dit betekent een lichte stijging van één procentpunt ten opzichte van vorige maand.


Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon Hewitt, wereldwijd marktleider in human-resourcemanagement, consultancy en outsourcing, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt. Met de stijging komen pensioenfondsen iets dichter bij de vereiste minimale dekkingsgraad van 105%.

De Nederlandsche Bank (DNB) maakte begin juli bekend dat verzekeraars een andere, momenteel gunstiger (hogere) rentecurve mogen hanteren om hun langetermijnverplichtingen te berekenen. Deze zogenoemde ‘Ultimate Forward Rate’ (UFR) geldt nog niet voor pensioenfondsen, maar dat zou in de toekomst kunnen veranderen.

“In onze Pensioenthermometer berekenen we daarom voortaan ook de dekkingsgraad rekening houdend met de UFR,” zegt Raymond de Kuiper, Director Risk & Financial Management Consulting bij Aon Hewitt. “Als we nu de UFR hanteren, dan is de gemiddelde dekkingsgraad 97%.”

Het lijkt waarschijnlijker geworden dat pensioenfondsen moeten gaan korten eind dit jaar. Dit is echter afhankelijk van de vraag of politieke maatregelen zoals de UFR, of varianten daarop, doorgang vinden.

Rentes dalen licht, aandelen stijgen
De zogenaamde swaprente daalde in juli voor looptijden van tien jaar met 0,21 procentpunt en voor looptijden van dertig jaar met 0,06 procentpunt. Dit heeft een negatief effect op de dekkingsgraad. Aandelenmarkten waren daarentegen in juli positief gestemd, waardoor het rente-effect wordt gecompenseerd. Aandelen maakten een gemiddeld rendement van 4,4%. Voor pensioenfondsen met beleggingen in grondstoffen was juli ook een positieve maand, met een gemiddelde stijging van 9,6%.

Bron: Aon Hewitt