Smoort de Bank of England het laatste restje van de Britse groei?

COLUMN - Op de rentemarkt heeft het Britse pond nog een streepje voor.

Langzaam maar zeker kruipt de Britse Labour-regering toch weer meer richting de Europese Unie. Onlangs werd bekend dat premier Keir Starmer regelgeving wil aanpassen, zodat zijn kabinet niet alle nieuwe Europese wetgeving meer langs het parlement hoeft te sturen. Daarmee ontstaat ruimte om sneller aansluiting te zoeken bij Europese regels en standaarden. Minder handelsfrictie betekent lagere kosten voor bedrijven, meer voorspelbaarheid en een aantrekkelijker investeringsklimaat.

Buitenlandse investeerders kijken niet alleen naar groeicijfers, maar ook naar stabiliteit en toegang tot markten. De politieke prijs van de koers van Starmer mag echter niet worden onderschat. De oppositie ligt op de loer om Labour te verwijten dat het via de achterdeur brexit-afspraken uitholt. In delen van de Britse media klinkt alweer de roep om een nieuw referendum, gevoed door het idee dat het vertrek uit de Europese Unie economisch meer heeft gekost dan opgeleverd. De deur naar Europa staat dus op een kier, maar niet zonder risico.

Economische boost
De Britse economie en het pond kunnen elke economische boost in ieder geval goed gebruiken. Op de rentemarkt heeft de munt in ieder geval een streepje voor. De beleidsrente van de Bank of England ligt op 3,75 procent, terwijl de depositorente van de European Central Bank rond de 2,0 procent schommelt. Dat renteverschil is een belangrijke reden waarom het pond de afgelopen 12 tot 24 maanden terrein heeft gewonnen ten opzichte van de euro. Komende donderdag wordt duidelijk of dat verschil voorlopig in stand blijft.

Dan neemt de centrale bank een nieuw rentebesluit. Het zou verrassend zijn als er iets verandert. De inflatie ligt al geruime tijd boven de doelstelling van 2 procent, mede door gestegen energieprijzen als gevolg van geopolitieke spanningen. Dat pleit voor een hogere rente.

Rem op de economie
Maar diezelfde rente werkt ook als rem op de economie. Lenen wordt duurder, investeringen en consumptie nemen af. Met groeiverwachtingen die al onder druk staan (het IMF verlaagde onlangs de prognose voor 2026) loopt de centrale bank het risico het laatste beetje economische dynamiek te smoren.

Daarmee zit het pond klem tussen twee krachten. Aan de ene kant een centrale bank die weinig ruimte heeft om de rente te verlagen, maar ook voorzichtig moet zijn met verdere verkrapping. Aan de andere kant een regering die de economische relatie met Europa probeert te herstellen, met alle politieke spanningen van dien. Zolang op beide fronten geen duidelijke doorbraak komt, blijft het pond waarschijnlijk in afwachting — en schommelt het rond de 1,15 euro, ergens in niemandsland.

Gerelateerde artikelen