Een sterkere yen helpt iedereen, maar toch glijdt de munt verder weg

De yen blijft zwak, ondanks een historische ingrepen van VS en Japan op wisselkoersmarkten.

In een periode waarin de Verenigde Staten het zo’n beetje met iedereen aan de stok krijgt, is het extra opvallend dat het land op valutagebied samen optrekt met Japan. De verklaring is uiteraard dat beide landen veel te winnen hebben bij een sterkere yen. Voor Tokio drukt een steviger munt de importinflatie, voor Washington vermindert het de neiging van Japanse beleggers om Amerikaanse bezittingen te verkiezen boven eigen staatsobligaties. Toch blijft de munt hardnekkig zwak, ondanks een historische gezamenlijke ingreep op wisselkoersmarkten.

Historische samenwerking

Het uitblijven van een structurele omkeer van de yen-glijvlucht zit dan ook niet in de wil, maar in de rekenkunde achter de steunactie. Vorige maand grepen Japan en de Verenigde Staten voor het eerst sinds 1998 gezamenlijk in op de valutamarkt. Japan kocht voor circa 60 miljard dollar aan yen, nadat de munt was weggezakt tot het laagste niveau sinds 1986. Een dag later sloot het Amerikaanse ministerie van Financiën zich aan. De munt veerde op van bijna 164 naar 155 per dollar. Die zeldzame, gezamenlijke actie laat zien hoe serieus beide landen de zwakke yen inmiddels nemen.

Het obligatieprobleem

Een nieuwe, grotere interventie ligt echter minder voor de hand dan het lijkt. Om yen te kopen, verkoopt Japan doorgaans Amerikaanse staatsobligaties uit zijn reserves. Precies dat zet de Amerikaanse kapitaalmarkt onder druk. Grootschalige verkopen duwen de rente op de 10-jaars Treasury juist verder omhoog. Interventies kunnen een boemerangeffect krijgen, waarbij Japan de yen helpt en tegelijkertijd de Amerikaanse obligatiemarkt ondermijnt.

Op dat laatste zitten zowel Japan als de Verenigde Staten bepaald niet te wachten, na de recente onrust rondom de oplopende kapitaalmarktrente.

Weinig blijvend effect

Dat dilemma verklaart waarom kleinere interventies zo weinig blijvend effect hebben. De naar schatting honderd miljard dollar die beide landen inmiddels gezamenlijk hebben ingezet, is een fractie van de biljoenen die dagelijks in het valutapaar omgaan. Japanse beleggers grepen de kortstondige yen-rally zelfs aan om tegen een gunstiger koers extra buitenlandse aandelen en obligaties in te slaan.

Zolang de Japanse rente ver onder de Amerikaanse ligt, blijft die carry trade de munt naar beneden duwen. Het echte duwtje in de rug moet daarom van de rente komen, niet van interventies.

Rente, niet reserves

De Japanse beleidsrente staat op 1 procent en kan doorstijgen naar 1,75 of zelfs 2 procent. De eerste stap wordt waarschijnlijk al in september gezet. Elke verhoging verkleint het renteverschil met de Verenigde Staten en haalt zo de angel uit de carry trade, zonder de bijwerkingen van een nieuwe obligatieverkoop. Interventies kopen dus vooral tijd, geen trendbreuk.

Wie wil weten waar de yen heen gaat, doet er beter aan naar de vergaderkalender van de Bank of Japan te kijken dan naar de miljarden van het ministerie van Financiën. De weg naar een sterkere yen loopt via de rentebesluiten die in Tokio worden genomen.

Haviken stemmen mee

In dat opzicht is het opvallend dat de Bank of Japan de rentevergadering van juli 2027 op de 21e en 22e van die maand plande. Normaal vergadert de centrale bank pas tegen het einde van de maand. Saillant detail is dat op 23 juli 2027 de termijnen aflopen van bestuursleden Naoki Tamura en Hajime Takata. Dat zijn de twee grootste voorstanders van snellere renteverhogingen. Door de vergadering nét daarvoor te plannen, kunnen deze haviken nog één keer meestemmen. De markt leest daarin dat de centrale bank de deur naar verdere renteverhogingen zo lang mogelijk openhoudt.

Praktische training in het herkennen, beoordelen en beheersen van valutarisico’s. Strategieën en instrumenten (hedges, swaps) met praktijkcases — toepasbaar op bewegingen zoals de yen en beleidsrente.

Gerelateerde artikelen