Waarom ik vol belegd ben (en geen perfecte belegger)
Graag wijs ik op een interessant artikel. Dit artikel biedt uitsluitsel over de vraag wat slimmer is: vol belegd zijn of juist geld achter de hand houden om te kunnen profiteren van toekomstige dalingen van de beurs.
Geld achter de hand houden wordt vaak als verstandig beschouwd. Die gedachte is begrijpelijk: de kans is namelijk heel groot dat wanneer u eenmaal een belegging heeft gedaan, deze op een later moment onder uw aankoopprijs noteert. In theorie had u kortom – door te wachten – een betere aankoopprijs kunnen krijgen.
Kans op pech: 95%
Hoe groot is de kans op ‘pech’ wat betreft het aankoopmoment? Liefst 95 procent! Dat zit als volgt. Van alle beursdagen sinds 1970 heeft de Dow Jones in 95 procent van de gevallen op een latere dag lager genoteerd. Voor andere beurzen die eveneens gestaag oplopen, veronderstel ik iets soortgelijks.
Kortom, in slechts 5 procent van de gevallen – 1 op de 20 dagen, oftewel gemiddeld slechts een beursdag per maand – is sprake van een perfect aankoopmoment. Perfect in die zin dat de Dow Jones vervolgens nooit meer lager zou noteren dan op die betreffende dag.
Ter verduidelijking: tussen 15 april 1997 en 8 maart 2009 lag het niveau van de Dow Jones altijd boven het niveau van 9 maart 2009 (6.547 punten; het dieptepunt van de kredietcrisis). De perfecte belegger had na 15 april 1997 geen nieuwe gelden in de Dow Jones belegd, om het opgespaarde geld vervolgens precies op 9 maart 2009 in een keer te investeren.
De perfecte belegger
Stel, vanaf 1970 had je iedere beursdag de keuze gehad om een euro direct te beleggen of deze achter de hand te houden om op een later moment te beleggen. Dat achter de hand houden van gelden is in essentie wat beleggers doen die trachten te profiteren van toekomstige dalingen. Welke keuze zou je zelf maken?
Ter verduidelijking een voorbeeld: Belegger A, de eenvoudige belegger, kiest ervoor zijn euro iedere beursdag direct te beleggen (veronderstel voor het gemak geen transactiekosten). Belegger B is de perfecte belegger die de beurs al sinds 1970 perfect weet te timen. Hij belegt zijn gelden enkel op die dagen waarvoor geldt dat er geen dag in de toekomst is waarop de Dow Jones lager noteert.
De eenvoudige belegger
Zeer opvallend vind ik hoe dicht het rendement van Belegger A, de eenvoudige belegger, in de buurt ligt van dat van Belegger B, de enkel in theorie bestaande perfecte belegger. Tussen 1970 en 2019 zou het rendement van de perfecte belegger namelijk slechts 22 procent hoger zijn uitgevallen, oftewel 0,4 procent per jaar.
De perfecte belegger bestaat uiteraard niet. Vrijwel altijd is het zo dat het rendement van degenen die proberen de markten te timen (fors), achterblijft bij het rendement van degenen die dat niet doen. Heel opvallend vindt ik het minimale verschil in rendement. Juist door niet te proberen een perfecte belegger te zijn, komt het rendement daar opvallend genoeg heel dicht bij in de buurt.
Inzicht in cognitieve biases, denkfouten en gedragsfactoren die financiële beslissingen beïnvloeden; toepasbaar op beleggen, timing en het voorkomen van emotionele fouten.