Verreweg de meeste bedrijven hadden volgens het CBS geen behoefte om vanwege de coronacrisis extern vermogen aan te trekken.

Horecabedrijven trokken het vaakst vermogen aan om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Bedrijven in verhuur en handel van onroerend goed trokken tijdens de coronacrisis het vaakst extern vermogen aan voor investeringen.

Van de horecabedrijven trok 27 procent vanwege corona externe financiering aan om aan betalingsverplichtingen te voldoen. Daarnaast had 12 procent wel behoefte aan extern vermogen, maar slaagde er (nog) niet in om vreemd vermogen aan te trekken, of deed (nog) geen financieringsaanvraag.

In de bedrijfstak cultuur, sport en recreatie trok bijna een kwart (24 procent) van de bedrijven externe financiering aan om te voldoen aan betalingsverplichtingen. In de industrie en in de detailhandel hadden veel minder bedrijven behoefte aan externe financiering voor dit doel (10 procent). In sommige industriële branches was de behoefte aan externe financiering door corona groter. In de basismetaalindustrie trok ruim de helft van de bedrijven vreemd vermogen aan om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de kledingindustrie had 29 procent hiervoor behoefte aan extern vermogen.

Tijdens de coronaperiode hadden meer bedrijven behoefte aan extern vermogen voor investeringen dan aan extern vermogen om aan betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Vooral in de onroerend goedbranche trokken relatief veel bedrijven extern vermogen aan voor investeringen (43 procent). In de bedrijfstak vervoer en opslag trok 31 procent van de ondernemers externe financiering aan voor investeringen. In de horeca was dit 17 procent. Daarnaast had zo’n 10 procent van de horecabedrijven wel behoefte aan extern vermogen voor investeringen, maar slaagde er nog niet in om vermogen aan te trekken, of deed (nog) geen financieringsaanvraag.

Dit alles meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers uit de Conjunctuurenquête Nederland. De enquête is gehouden in mei 2021 onder ondernemers in het niet-financiële bedrijfsleven met minimaal 5 werkzame personen. Hen is gevraagd naar de behoefte aan extern eigen of vreemd vermogen. Het gaat hierbij niet om financiële steunmaatregelen van de overheid tijdens de coronacrisis.