Spiegelbeeld van 2025: waarom de dollar dit keer wél wint
Wie de valutamarkten van dit jaar vergelijkt met die van vorig jaar, ziet een opvallend spiegelbeeld. Eind 2024 gingen handelaren nog uit van een sterke dollar, gedreven door de verwachte ‘America First’-koers van de net gekozen president Donald Trump. Zijn grillige handelsbeleid duwde de munt in de eerste helft van 2025 echter juist 11 procent omlaag ten opzichte van de euro.
Dit jaar voorspelden marktpartijen het tegenovergestelde, namelijk een verdere daling. Toch staat de dollar sinds januari juist stevig in de plus, en dat patroon houdt al een halfjaar aan. Net als vorig jaar speelt het beleid van Trump daarbij een rol, alleen nu werkt het in het voordeel van de munt in plaats van ertegen. Daarnaast krijgt de munt steun van twee andere factoren. Ten eerste de olieprijs, die na de aanval op Iran flink is opgelopen.
Olie en AI als dollaraanjagers
Voor de Verenigde Staten, inmiddels netto-exporteur van olie, is dat eerder een meevaller dan een tegenvaller, terwijl olie-importerende economieën zoals de eurozone de hogere prijs juist wel voelen in de portemonnee
Ten tweede blijft de AI-revolutie een aanjager. Buitenlandse beleggers uit Europa en Azië kopen op grote schaal aandelen van Amerikaanse technologiebedrijven als Nvidia en Micron, die een sleutelrol spelen in de opbouw van AI-infrastructuur.
Dubbel tempo
Diezelfde infrastructuur wordt intussen volop gebouwd door Amerikaanse bedrijven zelf, wat de economie een stevige impuls geeft. De economie in de Verenigde Staten groeit dit jaar met ruim 2 procent. Dat is het dubbele tempo van de eurozone. Dat groeiverschil werkt door in het beleid van de centrale banken, en dat werd deze week nog eens onderstreept in Sintra, waar het jaarlijkse ECB-forum plaatsvond.
Sintra bevestigt het renteverschil
Op dat forum zat Kevin Warsh vandaag voor het eerst als Fed-voorzitter aan tafel met ECB-president Christine Lagarde, Andrew Bailey van de Bank of England en zijn Canadese collega Tiff Macklem. Warsh liet er weinig twijfel over bestaan dat inflatie voor hem de hoofdzaak blijft. Ondanks een groeiende openheid binnen de Fed over de mogelijk deflatoire effecten van AI op de langere termijn, constateerde hij simpelweg dat de prijzen nu te hoog liggen.
Daarmee bevestigde hij impliciet waarom de Fed, na de rentepauze van 17 juni, weinig haast lijkt te hebben met verlagen. Aan de Europese kant ligt dat anders: de ECB verhoogde de rente onlangs juist, maar zal die stap naar verwachting snel terugdraaien zodra het inflatie-effect van de olieschok wegebt. Een renteverschil dat straks meer in het voordeel van de dollar uitpakt, geeft de munt extra steun in de rug.
Een extra zetje
Dat het sentiment razendsnel kan omslaan, is een van de belangrijkste valutalessen van de afgelopen jaren, en de Amerikaanse banencijfers van aanstaande donderdag vormen een goede test. Mochten er signalen zijn dat AI banen overbodig maakt, dan komt de Fed alsnog onder druk te staan om sneller te verlagen. Vorige maand was daar nog weinig van te merken: in mei kwamen er 172.000 nieuwe banen bij, ruim boven de verwachte 85.000. Valt de uitkomst donderdag opnieuw mee, dan krijgt de dollar er waarschijnlijk een extra zetje bij.