Britse pond: Rust aan het Kanaal, maar storm op komst
Meestal is politieke onzekerheid de opmaat voor een flinke koersdaling van het pond. Deze week bereikte de munt echter het hoogste niveau sinds half augustus sinds bekend werd dat premier Keir Starmer aftreedt. Vreemd genoeg wordt de politieke onrust in het Verenigd Koninkrijk door zijn vertrek juist kleiner in plaats van groter. Maar wie denkt dat de onderliggende problemen zijn opgelost, vergist zich.
De verklaring ligt in de snelheid waarmee duidelijk werd wie hem opvolgt. Een overwinning van Andy Burnham in de tussentijdse verkiezingen in Makerfield had vorige week donderdag de weg vrijgemaakt voor de burgemeester van Manchester. Van een langdurige interne machtsstrijd binnen Labour lijkt geen sprake. De markt houdt niet van een vacuüm, en dat vacuüm bleef ditmaal opvallend kort.
Beleggers gerust gesteld
Dat Wes Streeting zich razendsnel achter Burnham schaarde, was een tweede koersdriver. De voormalig minister van Volksgezondheid geldt binnen Labour als een pragmatische centrumfiguur die de taal van de financiële markten spreekt. Hij lijkt hard op weg naar het ministerie van Financiën, en valutamarkten zien dat als een geruststellend signaal. Een bekende, marktbewuste hand op de schatkist is precies wat beleggers willen zien.
Maar de ervaring leert dat degelijkheid aan de top niet altijd genoeg is. Eind 2022 presenteerde premier Liz Truss een voorlopige begroting met 45 miljard pond aan belastingverlagingen, zonder doorrekening door het onafhankelijke begrotingsbureau OBR. De reactie was verwoestend. De kapitaalrente schoot omhoog, het pond kelderde naar een historisch dieptepunt tegenover de dollar en de Bank of England moest voor bijna 20 miljard pond aan langlopende staatsobligaties opkopen om de markten te stabiliseren.
Harde les in vertrouwen
Truss overleefde het politiek niet. Het was een harde les in hoe snel het vertrouwen van obligatiebeleggers kan omslaan en hoe kostbaar dat is. De situatie die Truss destijds in de problemen bracht, is voor Burnham en Streeting niet wezenlijk anders. De beloofde lastenverlichtingen uit Starmers campagne kwamen er nooit, omdat daarvoor de financiële ruimte ontbrak. De Britse staatsschuld ligt op een niveau dat weinig speelruimte laat, terwijl de economische groei teleurstelt en de publieke sector schreeuwt om investeringen.
Ook onder Burnham is er straks heel weinig financiële manoeuvreerruimte zonder opnieuw onrust te wekken op obligatie- en valutamarkten. Voorlopig heeft het pond de wind mee. Markten prijzen een stabiele machtsoverdracht in en de relatief hoge Britse rente maakt de munt aantrekkelijk voor beleggers. Zolang Burnham en Streeting geen onverwachte begrotingsstappen zetten, blijft de rust op de valutamarkt waarschijnlijk intact. Maar de marge voor beleidsfouten is klein. De rust is echt, maar dat geldt ook voor de kwetsbaarheid daarachter.