Les uit het coronatijdperk: resolute renteverhoging nodig bij inflatiegevaar
Als de inflatie snel dreigt op te lopen, moeten centrale banken snel en drastisch overgaan tot renteverogingen. Die remmen de economie af, maar voorkomen dat de inflatie uit de hand loopt.
Dat concluceert de Europese Centrale Bank (ECB) op basis en een eigen analyse bij het bestrijden van het inflatiespook in de coronaperiode. Snelle en stevige renteverhogingen hebben sinds 2022 geholpen om de Europese inflatie terug te dringen naar de doelstelling van 2 procent.
Grote rentestappen
In 2022 nam de ECB grote rentestappen, van 50 en 75 basispunten per vergadering. Had de ECB zich beperkt tot het gebruikelijke, geleidelijker, tempo van 25 basispunten per vergadering, dan zou de inflatie hoger zou zijn geweest en langer hebben geduurd.
De ECB wijst erop dat de centrale bank na de coronapandemie laat is gestart met renteverhogingen, ook al liep de inflatie al op. De oploop van de inflatie begon tijdens de coronapandemie, er was onzekerheid over hoe de economie ervoor stond.
Erfenis van langdurige lage inflatie
De ECB kampte met de erfenis van de langdurig lage inflatie, inclusief het gebruik van onconventionele beleidsinstrumenten, zoals obligatie-aankopen en forward guidance. Daardoor was de centrale bank weinig wendbaar.
Maar een eerdere reactie had de inflatiepiek niet kunnen voorkomen, aldus de ECB-analye. Mogelijk had die wel afgezwakt kunnen worden, wat samen zou zijn gegaan met een zwakkere economie.
Een pluim
De ECB geeft zichzelf een pluim met het gevoerde beleid. Monetair beleid heeft bijgedragen aan het terugdringen van de zeer hoge inflatie, concluderen de onderzoekers. “Een bredere les is dat voor centrale banken wendbaarheid cruciaal is”, zo luidt de conclusie. “In een volatielere en onzekerdere omgeving moeten centrale banken bereid zijn tijdig en resoluut te reageren wanneer risico’s voor prijsstabiliteit en geloofwaardigheid zich voordoen.” (ANP)