Filosoferen over een eigen geldmachine

COLUMN - Wie goed belegt hoeft later niet meer te werken voor de oude dag.

Wie onderneemt, moet grotendeels zelf voor zijn of haar pensioen zorgen. Stel: je verdient jaarlijks 60.000 euro en daarvan zet je elk jaar 12.000 euro opzij voor later.

Ga uit van een vrij conservatief rendement van 7 procent. Natuurlijk schommelt het rendement per jaar, maar op langere termijn zou dit toch haalbaar moeten zijn. Belastingen en inflatie zijn gemakshalve buiten beschouwing gelaten. Met deze aannames bereik je op een gegeven moment twee belangrijke mijlpalen, heel wel mogelijk zonder daar zelf bewust van te zijn.

Eerste mijlpaal
De eerste mijlpaal ligt in het voorbeeld bij ongeveer 14 keer de jaarlijkse inleg. Zodra de pensioenreserve 170.000 euro waard is, gebeurt er namelijk iets bijzonders. Bij een rendement van 7 procent groeit het vermogen nu namelijk even hard als door de eigen inleg. De beleggingen doen nu goed bezien de helft van het werk.

Tweede mijlpaal
De volgende mijlpaal – ook dit keer gaat er geen belletje af – wordt bereikt wanneer de beleggingen goed zijn voor zo’n 14 keer het jaarinkomen. Bij 7 procent rendement genereert het vermogen nu evenveel inkomen als je met werken verdient. Werken is inmiddels optioneel geworden en wordt vanuit financieel perspectief alsmaar minder relevant.

Drie fases
De opbouw van vermogen is ook in te delen in drie fases:

  • In Fase 1 ben je als het ware zelf de geldmachine. Iedere euro die je spaart en investeert, maakt een wezenlijk verschil. Zonder de eigen inbreng staat de machine stil.
  • In Fase 2 werk je met het kapitaal als het ware samen als gelijkwaardige partners. Het bedrag dat je spaart en investeert, en het rendement op het vermogen, zijn in deze fase ongeveer even groot.
  • In Fase 3 zijn de beleggingen goed beschouwd een zelfstandige geldmachine geworden. Wat je in deze fase zelf nog spaart en investeert, is voor de groei van het vermogen amper nog relevant.

Ik spreek regelmatig Fase 3-personen die nog leven en werken als een Fase 1-persoon. Uiteraard begrijp ik dat geld meestal niet de enige motivatie is om te werken. Maar toch kan het zinvol zijn na te denken over de fase waarin je je bevindt. Het is immers zonde wanneer op een zeker moment blijkt dat er geld in overvloed is, maar de gezondheid het niet meer toelaat om er nog echt van te kunnen genieten.

Gerelateerde artikelen