BDO: Duurzaamheidsverslag zegt nog te weinig over waarde en risico’s
Bedrijven rapporteren duidelijk beter over duurzaamheid en doen dat ook efficiënter, blijkt uit een rapport van EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group). Maar er ontbreekt een cruciaal onderdeel: het inzicht in wat die informatie betekent voor risico’s en waarde. Daar ligt de belangrijkste volgende stap, aldus Albert-Jan Knol, Partner Sustainability bij BDO. “Tegelijkertijd is er nog werk te doen: bedrijven benoemen vaak veel belangrijke thema’s, maar zetten die nog niet altijd om in concrete doelen en acties. Daar zit nog een duidelijke kloof.”
Financiële impact
Steeds meer bedrijven hebben hun verplichte duurzaamheidsrapportage op orde, ziet Knol. “Ze maken kortere en duidelijkere verslagen, zonder belangrijke onderwerpen over te slaan. Dat laat zien dat ervaring loont: ondernemingen begrijpen beter wat er gevraagd wordt en richten hun processen slimmer in. Dat zorgt voor minder werk en betere vergelijkbaarheid tussen bedrijven.”
Maar, zo vervolgt Knol, de grootste uitdaging zit ergens anders. “Hoewel de hoeveelheid en kwaliteit van informatie sterk zijn toegenomen, blijft de koppeling met financiële impact achter. Het is vaak nog onduidelijk wat klimaatverandering, grondstoffenschaarste of sociale risico’s betekenen voor winst, investeringen en de waarde van een bedrijf. Daardoor blijft het lastig voor bestuurders en investeerders om echt goede keuzes te maken.”
Sturen en kansen benutten
Knol noemt dit een probleem. “Want transparantie is geen doel op zich. Het moet helpen om beter te sturen, risico’s te beheersen en kansen te benutten. Als dat inzicht ontbreekt, bestaat het risico dat rapportages vooral een verplicht nummer worden, in plaats van een hulpmiddel voor betere besluiten en lange termijn keuzes.”
De oplossing ligt volgens hem in het sterker verbinden van duurzaamheidsinformatie met financiële informatie. “Bedrijven moeten duidelijker maken wat de impact is op hun prestaties en toekomst, niet in woorden maar in euro’s. Accountants en toezichthouders kunnen hierbij helpen door hier scherper op te sturen en richtlijnen verder te ontwikkelen.”