Meer duidelijkheid over afschrijving op onroerend goed?

Recent heeft Hof Amsterdam einduitspraak gedaan over de jaarlijkse afschrijving op belegd onroerend goed.

Hof Den Haag had vorig jaar in een tussenuitspraak al beslist dat voor de jaarlijkse afschrijving de kostprijs van de grond geëlimineerd moet worden. De belastingplichtige moet voor de opstal de economische levensduur en de restwaarde bepalen. Het Hof heeft beslist dat voor het bepalen van de restwaarde geen rekening hoeft te worden gehouden met inflatie. Vervolgens kan belastingplichtige jaarlijks een lineair bepaald evenredig deel afschrijven. Deze afschrijvingsmethode geldt ook voor vastgoedbeleggers (bijvoorbeeld via participaties in vastgoedmaatschappen). De inspecteur had conform de departementale instructies helemaal geen afschrijving toegestaan. Het Hof heeft dit dus afgewezen. Interessante punten uit deze uitspraken zijn dat de economische levensduur van de kantoorpanden op 30 jaar is gesteld en de restwaarde van de opstallen tussen de 15-20% ligt. Belang voor de praktijk? Voor 'overleg' met de belastingdienst over de hoogte van de afschrijving van onroerend goed is het erg handig je standpunten te onderbouwen met deze recente jurisprudentie!