Beleggen in een BV: vooral anders dan box 3, niet per se beter
- Europese Commissie wil dividend tussen bedrijven onbelast laten, wat beleggen via een BV aantrekkelijker maakt.
- De totale belastingdruk in de BV loopt op tot 38,8 à 48,8 procent, tegenover 36 procent in box 3.
- Bij een miljoen euro en 10 procent rendement wordt de BV pas na ongeveer twaalf jaar voordeliger.
Box 3 is al jarenlang een hoofdpijndossier en de Europese Commissie dreigt daar een nieuw hoofdstuk aan toe te voegen. Om beleggingen, investeringen en innovatie in Europa te stimuleren, zou de belasting op dividenden tussen bedrijven moeten worden afgeschaft. Daardoor lijkt beleggen in een BV aantrekkelijker te worden dan beleggen in box 3. Dat schrijven Peter Beets en Tjarko Denekamp, expert vermogensplanners bij ABN AMRO MeesPierson.
Effect op box 3
Als dividend in een BV onbelast kan worden ontvangen en koerswinsten pas worden belast bij realisatie, wordt het contrast met het voorgestelde nieuwe box 3-stelsel volgens de vermogensplanners schrijnend. Vanaf 2028 wordt in box 3 als hoofdregel vermogensaanwas belast: belasting op rendement, ook als dat nog niet is gerealiseerd.
In box 2 wordt pas belasting geheven bij realisatie. In combinatie met een lager tarief (31 procent tegenover 36 procent in box 3) vergroot dit de aantrekkelijkheid van beleggen via een BV.
Onzekerheid over invoering
Het Europese voorstel is nog allerminst zeker. Unanimiteit binnen de EU is vereist, en belastinginkomsten blijven voor lidstaten een gevoelig onderwerp. Ook de reactie van de Nederlandse wetgever is onzeker; een verhoging van het box 2-tarief is niet ondenkbaar. Met al die onzekerheden komt de vraag op: is een BV echt beter, of toch vooral anders?
Wat er netto overblijft in de BV
Wie belegt via een BV krijgt te maken met de vennootschapsbelasting (vpb). Over winsten tot 200.000 euro bedraagt het tarief 19 procent, daarboven 25,8 procent. Wie vervolgens privé over dat vermogen wil beschikken, betaalt in box 2 nog eens belasting: 24,5 procent tot 68.843 euro (of het dubbele bij fiscale partners) en 31 procent over het meerdere.
Alles bij elkaar kan de totale belastingdruk daarmee oplopen van circa 38,8 tot 48,8 procent. Het tarief in box 3 is lager: 36 procent. Dat blijft ook zo in 2028.
Uitstel is geen afstel
Het belangrijkste voordeel van beleggen in een BV is uitstel van belastingheffing. In de BV door winst niet te realiseren, in box 2 door dividend uit te stellen. Dat uitstel heeft een keerzijde: latere winst en latere uitkeringen vallen mogelijk in hogere tariefschijven.
Rekenvoorbeelden laten zien dat bij een vermogen van een miljoen euro en een rendement van 10 procent het omslagpunt pas na ongeveer twaalf jaar wordt bereikt voordat de BV fiscaal aantrekkelijker wordt dan box 3. Twaalf jaar is een lange periode in fiscale termen, aldus de twee vermogensplanners. Zowel het vpb-tarief als de box 2-tarieven zijn in de afgelopen twaalf jaar meerdere malen gewijzigd. Er is weinig reden om aan te nemen dat de komende twaalf jaar stabieler zullen zijn. “Wat vandaag aantrekkelijk lijkt, kan morgen weer kantelen. De BV is daarmee geen oplossing, maar meer een ander speelveld met eigen risico’s.”
Geen reden om nu haast te maken
Als de keuze uiteindelijk toch in het voordeel van de BV uitvalt, speelt timing een rol. Over het resterende deel van 2026 wordt in box 3 geen belasting meer geheven. In de BV start het fiscale tijdvak op de dag van inbreng en loopt tot en met 31 december 2026. Dat kan ertoe leiden dat in één kalenderjaar zowel box 3-heffing als vpb verschuldigd is. Met de huidige onzekerheden is het mede daarom verstandig nog even af te wachten.
Bovendien bestaat in box 3 naast het forfaitair rendement nog steeds de tegenbewijsregeling. Bij lagere rendementen wordt slechts tot circa 6 procent belast. Bij een rendement van 10 procent en een vermogen van een miljoen euro houdt de belegger in box 3 momenteel zelfs meer over dan in de BV. Ook in 2027 is box 3 daarom zo gek nog niet.
“Het is wel zo dat in box 3 bij afrekening over het lagere rendement, kosten niet in aftrek mogen worden gebracht en verliezen niet mogen worden verrekend met winsten uit andere jaren”, tekenen de vermogensplanners aan.