In de eerste aflevering van deze blog heb ik het concept winstbegoocheling geïntroduceerd. Winstbegoocheling is de illusie dat de door bedrijven gepubliceerde resultaten waar zijn. In de tweede aflevering heb ik een aantal voorbeelden gegeven hoe deze illusie kan leiden tot merkwaardig gedrag en merkwaardige beslissingen.

Lees hier: 
- Winstbegoocheling
- Winstbegoocheling #2: Boekhoudregels kunnen leiden tot vreemd gedrag

Deze keer wil ik laten zien dat het ook anders kan. Volgens mij zou de resultaatbepaling veel nauwer moeten aansluiten bij de cashprestaties van een bedrijf. Het probleem met de huidige boekhoudregels is dat er in de loop der tijd steeds meer regels zijn gekomen die bepalen dat er afgeweken moet worden van de cashprestaties. Er moet rekening gehouden worden met allerlei (mogelijke) toekomstige gebeurtenissen die hun basis vinden in de verslagperiode. Dat leidt niet alleen tot een vergaande juridificering van de boekhoudregels, maar leidt er ook toe dat je inmiddels bijna een afgeronde (post-)academische opleiding moet hebben om de jaarrekening van een bedrijf van enige substantie te begrijpen.

Wat mij betreft terug naar de basis, terug naar cash. Dat is niet minder dan een paradigmawijziging, dat besef ik, maar het taboe dat boekhoudregels onaantastbaar en waar zijn moet maar eens doorbroken worden. Hier volgen mijn belangrijkste voorstellen, redelijk staccato vanwege de beperkte ruimte. Voor een uitgebreide bespreking verwijs ik naar mijn boek.

1. Afschrijvingen (en amortisaties) maken geen onderdeel meer uit van de winstbepaling, maar worden onderdeel van de winstverdeling. Afschrijven is het terugverdienen van investeringen uit het verleden. Op de balans moet dan ook ongesaldeerd zichtbaar blijven hoeveel tot balansdatum is geïnvesteerd en hoeveel is terugverdiend.

2. Activeringscriteria worden veel stringenter. Alleen investeringen die direct bijdragen tot het resultaat mogen geactiveerd worden.

3. Voorzieningen worden afgeschaft. Kosten vallen in het resultaat in de periode waarin ze worden betaald.

4. Bij acquisities worden geen immateriële vaste activa meer erkend als onderdeel van de koopsom. Al hetgeen betaald wordt boven de reële waarde van de materiële activa is goodwill. Maar goodwill moet wel terugverdiend worden conform de methode onder 1)

5. Impairments worden dus ook afgeschaft. Het gaat immers niet meer om de waarde van activa, maar om de potentie om investeringen terug te verdienen. Het bestuur zal wel een beschouwing moeten geven op welke termijn dat men verwacht dat dit zal gebeuren.

6. Louter boekhoudkundige concepten zoals “op aandelen gebaseerde beloningen”, theoretische pensioenpremies en een groot deel van de immateriële vaste activa worden afgeschaft. Daadwerkelijke betalingen worden leidend.

7. Als belastingdruk wordt de werkelijk verschuldigde belasting in een boekjaar gehanteerd. Dat betekent dat alle belastinglatenties verdwijnen.

8. Financiële derivaten komen niet meer op de balans te staan en ze leiden ook niet meer tot resultaten buiten daadwerkelijke cash transacties (voor zover het niet-financiële instellingen betreft). 

Zo. Dat ruimt aardig op. 

Natuurlijk begrijp ik ook wel dat door deze aanpak heel wat informatie verloren dreigt te gaan. Ik heb echter het gevoel dat deze informatie veel inzichtelijker te presenteren is via de toelichting op de jaarrekening. In de toelichting zou bijvoorbeeld een tabel opgenomen moeten worden waarin per toekomstig jaar alle posten worden vermeld waarvan bij de rapportage al bekend is dat ze materieel zullen afwijken van de waarde in het verslagjaar. Dat is een soort geëxtrapoleerde resultatenrekening  waarin de nu al bekende afwijkingen worden meegenomen. In het huidige paradigma worden al die toekomstige effecten, al dan niet contant gemaakt, in het resultaat en het vermogen van het verslagjaar meegenomen. Ik denk dat mijn benadering leidt tot een veel betere transparantie en veel meer relevantie.

Dit is alles wat betreft winstbegoocheling en boekhouden. In mijn volgende blog ga ik dieper in op het effect van winstbegoocheling op het instrumentarium van de controller, met name bij de ratio-analyse.

Loek Radix ([email protected]) is zelfstandig ondernemer en legt zich toe op interim-management, toezicht en coaching. In het verleden was hij onder meer corporate controller van een grote beursgenoteerde onderneming. Hij is auteur van: “Winstbegoocheling, handboek voor de kritische controller” (Academische uitgeverij Eburon). Het bovenstaande is ontleend aan zijn boek.