Trendonderzoek: hoe effectief is business control?

Geven controllers voldoende prioriteit aan hun eigen ontwikkeling?

Business Controllers van Nederlandse organisaties geven hun eigen Control-functie een 6,8 als rapportcijfer. Dat blijkt uit het laatste landelijk onderzoek dat organisatieadviesbureau FinTouch in samenwerking met de VU Amsterdam in 2018 uitvoerde. Dit jaar wordt het onderzoek voor de vierde maal uitgevoerd, waarbij de centrale vraag zal zijn of organisaties in staat zijn gebleken om concrete vervolgstappen te zetten in het wegnemen van de blokkades richting een grotere effectiviteit.

Door Jeroen Jansen, eigenaar FinTouch, voor verbetertrajecten binnen de financiële functie van organisaties.

Waar staat de Control-functie?

Uit de eerdere resultaten van dit tweejaarlijks onderzoek blijkt steeds dat business controllers in het algemeen goede kennis van de interne organisatie hebben. Ze beschikken over inhoudelijke kennis van de interne bedrijfsprocessen en begrijpen daardoor het verhaal achter de interne cijfers goed. Daar staat tegenover dat er nog wel een weg te gaan is richting gewenste rol als Business Partner. Het hebben van marktkennis in combinatie met de juiste communicatieve competenties om daarmee overtuigend te kunnen ondersteunen op tactisch en met name strategisch niveau wordt door directie en lijnmanagement als verbeterpunt genoemd.

Al jaren hetzelfde beeld

De onderzoeksresultaten laten op de onderscheidende kenmerken voor effectiviteit een consistent beeld zien. De potentiele verbeterpunten zijn niet nieuw, sterker nog, ze beheersen al geruime tijd zowel de verbeteragenda's van controllers als de vakliteratuur daaromtrent: controllers moeten dichter bij de business zitten, hun partnerrol pakken, zij moeten meedenken op strategisch niveau en het businessmodel bewaken, een controller moet signaleren en de business kunnen aanspreken.

De resultaten sluiten wat dat betreft aan op het heersende beeld van een ideale Control-functie, maar het blijft een interessant gegeven dat de bekende inzichten er maar niet toe leiden dat de effectiviteit van Control in het algemeen naar een structureel hoger niveau komt. Het rapportcijfer van een 6,8 geeft wat dat betreft te denken, vooral omdat het niet significant afwijkt van beoordelingen uit eerdere onderzoeksresultaten. Waarom zien wij over al die jaren heen ondertussen geen duidelijke verbetering?

Randvoorwaarden voor effectiviteit

Om als effectieve business controller toegevoegde waarde te kunnen leveren, is het uiteraard randvoorwaardelijk dat controllers over de juiste kennis en kunde beschikken. De onderzoeksresultaten bevestigen dit met name op het gebied van noodzakelijke competenties: effectieve controllers scoren op dit vlak sterker in vergelijking met hun niet-effectieve collega's. Zo zijn effectieve controllers niet alleen aanzienlijk méér proactief en overtuigend, maar laten niet-effectieve controllers op deze competenties tevens onvoldoende scores zien.

Aanbieden van opleidingsprogramma's

Des te opvallender is het dat meer dan 40 procent van de controllers aangeeft niet of onvoldoende te beschikken over opleidingsprogramma's om competenties of bedrijfskennis bij te houden. Datzelfde geldt zelfs in nog sterkere mate – bijna de helft van alle controllers – voor vakinhoudelijke opleidingsprogramma's. Hierin lijkt dus voor zowel individuele controllers als hun leidinggevenden een relatief eenvoudige verbeterstap te maken. Maar ook naast het daadwerkelijk aanbieden en doorlopen van opleidingsprogramma's liggen er voldoende kansen om op relatief eenvoudige manier persoonlijke ontwikkeling te activeren door middel van bijvoorbeeld seminars, interne meeloopstages of intervisie.

Competentieontwikkeling op de agenda

Tweederde van de controllers geeft daarnaast aan dat competentieontwikkeling binnen hun eigen organisatie helemaal niet of onvoldoende hoog op de agenda staat. Het structureel managen van competentieontwikkeling lijkt dus een andere sleutel naar succes: borging van competentiemanagement door integratie in de HR-cyclus is daarin essentieel. De onderzoeksresultaten bevestigen dit beeld: de verschillen tussen de effectieve en niet-effectieve Control-functie zijn duidelijk als het gaat om het belang van competenties in bijvoorbeeld het werving- & selectieproces of in de beoordelingscyclus. Maar de lage absolute scores voor beide groepen zijn eveneens evident en dus is ook hier over de hele linie winst te behalen.

Nieuw onderzoek

Ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en data-science vragen steeds meer en waarschijnlijk ook anders van zowel de harde als de soft skills van controllers. Nieuw onderzoek moet laten zien waar organisaties nu staan op dit vlak en met name welke stappen individuele controller ondertussen daarin zelf hebben gezet of aan het zetten zijn: in hoeverre zijn controllers in de gelegenheid om prioriteit te geven aan hun eigen persoonlijke ontwikkeling en doen zij dat ook? Op welke wijze geven zij daar invulling aan en op welke vlakken zien zij vervolgens resultaat? FinTouch roept controllers dan ook op om mee te werken aan dit onderzoek: 'Wij verwachten dat zowel organisaties als ook de controllers zelf hun voordeel kunnen doen met de inzichten die de resultaten gaan verschaffen!'

Kijk hier voor meer informatie over het onderzoek naar de 'effectiviteit van business control'.