Innovaties zijn publiek goed

Publieke sector en overheid maken complexe innovaties mogelijk. Waarom delen ze dan niet in het succes?

Een serie blogs over strategisch waardemanagement.

BLOG - Complexe innovatie is minder dan ooit het werk van één onderneming alleen. Daar is een veelvoud van partijen voor nodig. Dat is de symbiotische kant van het grote systeem waaruit geregeld belangrijke innovaties tevoorschijn zijn gekomen.

Door Leo van de Voort. Hij is bestuursadviseur bij Fuel for Living Strategies, voormalig directeur corporate finance Kempen & Co en en co-auteur van het boek Risicovreugde.

Keer op keer waren het overheden die het risicovolle onderzoek financierden, dat uiteindelijk leidde tot het commerciële succes van ondernemingen, zoals GE, Apple, Google en First Solar. Als stank voor dank proberen deze bedrijven vervolgens via ingewikkelde constructies in belastingparadijzen zo weinig mogelijk belasting te betalen.

Innovaties komen helemaal niet uit ‘garages’. Die garages komen er, net als venture capital en - nog wat later - private equity, pas ten vroegste twintig jaar later aan te pas, wanneer de risicovolle investeringen van de overheid in nieuwe wetenschappelijke paradigma’s en technologieën eindelijk vrucht beginnen te dragen.

Ontdemocratisering van de aandelenmarkt

En daar zet hem in toenemende mate de kneep. Wereldwijd zijn er 300 tot 500 unicorns, relatief jonge, niet-beursgenoteerde bedrijven met een waarde van meer dan 1 miljard dollar, die zich nog steeds kunnen financieren op de private markt - veelal private equity. Een markt waar je als ‘kleine belegger’ moeilijk tot niet tussen komt.

De opmars van private equity gaat gepaard met een ‘ontdemocratisering’ van de aandelenmarkt. Bij een beursnotering kan in principe iedereen met wat spaargeld mee profiteren van de waardestijging van een onderneming. Bij een overname door professionele investeerders blijven de voordelen beperkt tot een kleine en selecte groep. Daar komt bij dat er in die private equity markt ‘bubbels’ ontstaan - denk aan de waarde-‘collapse’ van WeWork (van 47 miljard naar een schamele 8 miljard) en de waardevermindering van Uber na beursintroductie. Deze zeepbellen op de private equity markt schaden daarmee ook het vertrouwen op de aandelenbeurs. Er wordt vaak geklaagd over activistische aandeelhouders, maar deze zeepbellen bewijzen dat hun kritische blik nodig is.

Dit alles brengt naast de perverse prikkel van belastingontwijking ook nog een tweede perverse notie met zich mee: via belastingheffingen betalen we allemaal mee aan een infrastructuur waarin complexe innovaties kunnen ontstaan, terwijl we nagenoeg uitgesloten zijn van de uiteindelijke ‘benefits’, de waardecreatie.

Innovatie: publiek goed

De overheid heeft een rol te spelen bij ‘precompetitief’ wetenschappelijk-technologisch onderzoek, omdat dit een publiek goed is. Maar het is dan niet correct tegelijkertijd de garagemythes te blijven verspreiden, samen met de verhalen over bureaucratische overheden die niet in staat zijn te weten welke technologiegebieden er toe zullen doen in de toekomst.

Overheden moeten hun essentiële rol bij innovaties met verve blijven spelen. In plaats van te bezuinigen op die rol, moet ervoor worden gezorgd dat bedrijven die ervan profiteren er ook financieel meer aan gaan bijdragen, en dat we er met een transparante publieke financiële sector ook allemaal direct van mee kunnen genieten.

Alle blogs van Leo van de Voort voor u op een rij gezet.