Productie op eigen bodem jaagt prijs elektrische auto zo’n 2.000 euro op
Eisen om meer auto-onderdelen en batterijen in Europa te produceren, maken een elektrische auto zo’n 2.000 euro duurder. Daarmee dreigen Europese plannen om de eigen auto- en batterij-industrie te beschermen averechts uit te pakken. Intussen staat de toegevoegde waarde van Duitse autofabrikanten al fors onder druk.
Dat blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Allianz Trade. De onderzoekers waarschuwen dat Europa niet moet proberen de volledige productieketen van elektrische auto’s zelf in handen te krijgen: dat is op korte termijn te duur en technologisch nauwelijks haalbaar. Slim samenwerken met Aziatische batterijproducenten en inzetten op technologie waarin Europa wél onderscheidend kan worden, biedt volgens Allianz Trade betere kansen in de concurrentiestrijd met China.
“Het klinkt logisch om te zeggen: laten we onze elektrische auto’s en batterijen zoveel mogelijk zelf maken. Maar als dat de auto duizenden euro’s duurder maakt, verslechter je juist de concurrentiepositie van Europese fabrikanten”, zegt Johan Geeroms, Director Risk Underwriting Benelux bij Allianz Trade.
Beleidsmaatregelen kunnen elkaar tegenwerken
Duitsland en Frankrijk spraken zich op 7 oktober uit voor verdere versoepeling van de Europese CO2-doelen voor auto’s, gekoppeld aan ‘Buy European’-eisen voor batterijen. Tegelijk trekt de EU 1,5 miljard euro uit voor de Europese batterijproductie. Volgens Allianz Trade remmen soepelere emissiedoelen de verkoop van elektrische auto’s, terwijl Europese batterijfabrikanten juist grotere volumes nodig hebben om goedkoper te produceren.
Dat speelt terwijl de elektrische auto doorbreekt. Tot en met augustus steeg de verkoop van volledig elektrische auto’s met bijna 45 procent; ze zijn dit jaar goed voor 22 procent van de Europese automarkt, evenveel als benzineauto’s. In Nederland was in de eerste acht maanden van 2026 zelfs 39 procent van de nieuw geregistreerde auto’s volledig elektrisch.
Waarde verschuift naar batterij en software
Bij een traditionele auto waren motor en onderstel goed voor 35 tot 45 procent van de waarde; bij een elektrische auto zit 50 tot 60 procent in batterij en software. Op die terreinen staan Aziatische en Amerikaanse technologiebedrijven sterk. Bij de drie grote Duitse autofabrikanten lag de toegevoegde waarde per verkochte auto in Europa in de eerste helft van 2026 ongeveer 30 tot 45 procent lager dan in 2021/2022. In China was de afname minder dan 20 procent.
Verliezen deze fabrikanten tot 2030 in beide markten nog eens 3 procentpunt marktaandeel, dan kan volgens Allianz Trade nog eens ongeveer 3 miljard euro aan toegevoegde waarde verloren gaan. Dat komt overeen met circa 4 procent van hun jaarlijkse EBITDA op basis van 2026. “Dan ben je als Europa uiteindelijk niet veel meer dan een dozenbouwer: we zetten de auto hier in elkaar, terwijl anderen het geld verdienen aan de technologie die erin zit”, aldus Geeroms.
Ook met eigen productie blijft Azië dominant
Het aandeel van Chinese fabrikanten in de Europese automarkt steeg van ongeveer 2 procent naar bijna 10 procent medio 2026. Importheffingen tot 35 procent hebben die opmars volgens Allianz Trade nauwelijks afgeremd. Het Europese handelsoverschot van ooit bijna 20 miljard euro aan auto’s met China is inmiddels omgeslagen in een tekort.
In een realistisch scenario dekt de Europese batterijproductie in 2035 slechts ongeveer de helft van de eigen vraag. Bovendien verwachten de onderzoekers dat Zuid-Koreaanse en Chinese producenten in 2030-2035 minstens 70 procent van de Europese batterijproductiecapaciteit in handen hebben. “Europa hoeft niet alles zelf te maken”, zegt Geeroms. “Het gaat erom dat we grip houden op de technologie en een groter deel van de toekomstige toegevoegde waarde hier verdienen.”
Leer hoe je risico- en performancemanagement integreert om strategische keuzes te maken bij disruptie, technologische afhankelijkheid en waardeverplaatsing in wereldwijde ketens.