Kwakkelwinter voor Nederlandse industrie

De bedrijvigheid in de Nederlandse industrie is in februari verder gekrompen.

Volgens cijfers van de Nederlandse Vereniging van Inkoopmanagers (Nevi) nam de hoeveelheid orders door de Nederlandse industrie voor de zevende maand op rij af. Industriebedrijven lijken nog steeds bezig met het afbouwen van overtollige voorraden materialen en halffabricaten die tijdens de coronapandemie zijn ontstaan.

De zogeheten inkoopmanagersindex van de Nevi zakte vorige maand naar 48,7, van 49,6 in januari. Een niveau van 50 of meer wijst op groei, daaronder op krimp. De graadmeter zakte in september voor het eerst in twee jaar onder de 50, wat dus krimp van de industriële bedrijvigheid betekent. Dat is niet hetzelfde als de industriële productie. Die nam vorige maand nog steeds toe, zij het minder dan in januari. De werkgelegenheid bleef ook nog groeien, al gebeurde dit wel in de geringste mate in 28 maanden.

In een commentaar op de cijfers geeft ABN AMRO-sectoreconoom Albert Jan Swart aan dat de Nederlandse industrie zich door de kwakkelwinter heen worstelt. “Ondanks de recente daling van de gasprijzen zijn deze nog steeds zo’n drie keer zo hoog als twee jaar geleden”, zegt hij. “Daardoor is het voor de Europese industrie, die vooral afhankelijk is van aardgas, nog steeds lastig concurreren met meer van steenkool gebruik makende fabrieken in bijvoorbeeld China en India. Want ook de prijzen van andere energiebronnen zoals steenkool zijn gedaald.”

Swart wijst erop op dat het gasverbruik van de Nederlandse industrie nog niet aan het stijgen is, ondanks dat de Europese groothandelsprijzen van aardgas inmiddels zijn gedaald tot het niveau van voor de Russische invasie in Oekraïne. “Het lijkt er dus op dat de zware industrie de productie nog steeds sterk beperkt.”

 

Gerelateerde artikelen