Handel in CO2-dispensatierechten sluit op 31 augustus
Bedrijven die onder de Nederlandse CO₂-heffing voor de industrie vallen en meer CO₂-dispensatierechten (DPR’s) hebben dan zij nodig hebben, kunnen die rechten nog tot en met 31 augustus 2026 verkopen. Daarna sluit de markt voor de handel in DPR’s. PwC vraagt hier aandacht voor en brengt de fiscale gevolgen in kaart. Zo herinnert het accountants- annex advieskantoor bedrijven eraan dat de verkoop van DRP’s belast is met btw.
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) heeft de dispensatierechten eerder toegekend op basis van de emissieverslagen van installatiehouders. DPR’s geven bedrijven vrijstelling van een deel van de CO₂-heffing. Ondernemingen die juist een tekort aan rechten hebben, kunnen deze in de periode tot en met augustus bij andere bedrijven inkopen.
Belasting over 2025
Voor de aangifte over 2025 gelden nog de huidige regels, aldus de toelichting van PwC. Het reguliere tarief van de CO₂-heffing bedraagt 87,90 euro per ton CO₂. Voor installaties die ook onder het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) vallen, wordt daarop een vastgesteld ETS-bedrag van 66,76 euro in mindering gebracht. Zij komen daarmee uit op 21,14 euro per ton CO₂, na aftrek van beschikbare DPR’s.
Installaties die wel onder de Nederlandse CO₂-heffing vallen maar niet onder het EU ETS, betalen het volledige tarief van 87,90 euro per ton, eveneens na aftrek van DPR’s.
De aangifte over 2025 moet uiterlijk 30 september 2026 zijn ingediend. Voor 2026 wordt een veel lagere heffing verwacht voor ETS-installaties, omdat het Nederlandse tarief onder de EU ETS-prijs ligt. Het kabinet heeft bovendien aangekondigd de CO₂-heffing voor de industrie te willen afschaffen. Daarvoor is echter nog een wetswijziging nodig.
Verkoop van DPR’s is belast met btw
Bij de handel in DPR’s moeten bedrijven rekening houden met de btw. De overdracht van een DPR tegen betaling wordt voor de Nederlandse btw aangemerkt als een dienst. Daarover is in beginsel 21 procent btw verschuldigd.
Dat betekent dat een verkoper de btw op de factuur moet vermelden en deze vervolgens moet afdragen. De koper kan de btw, als aan de voorwaarden wordt voldaan, in aftrek brengen.
Een belangrijk aandachtspunt is dat de btw-regels voor DPR’s verschillen van die voor EU ETS-emissierechten. Voor EU ETS-rechten geldt onder voorwaarden een specifieke btw-verleggingsregeling. Die regeling geldt niet voor de overdracht van Nederlandse CO₂-dispensatierechten. Bij DPR’s ligt de btw-heffing daarom in beginsel bij de verkoper.
Een uitzondering kan bijvoorbeeld gelden wanneer de betrokken ondernemingen onderdeel zijn van dezelfde fiscale eenheid voor de btw.
DPR’s gelden als voorraad
Ook voor de vennootschapsbelasting hebben DPR’s een bijzondere fiscale positie. De rechten worden aangemerkt als voorraad en niet als bedrijfsmiddel. Daarmee kunnen bedrijven voor DPR’s geen gebruikmaken van fiscale faciliteiten die voor bedrijfsmiddelen gelden, zoals de herinvesteringsreserve of de milieu-investeringsaftrek.
Voor de fiscale waardering geldt de kostprijs of, als die lager is, de marktwaarde. Rechten die kosteloos zijn toegewezen, worden daardoor op nihil gewaardeerd. Aangekochte DPR’s worden gewaardeerd tegen de aankoopprijs, inclusief eventuele aankoopkosten.
Voor bedrijven die DPR’s willen verkopen of inkopen, zijn daarmee vooral de naderende sluitingsdatum van de markt en een correcte btw-verwerking belangrijke aandachtspunten, zo sluit PwC af.
Actuele fiscale ontwikkelingen en wetswijzigingen voor belastingadviseurs en accountants—ideaal voor updates over btw, vennootschapsbelasting en CO₂-heffing.