Gevangen in de euro
Het is lang geleden dat ik voor het laatst schreef over het euro-experiment. Maar geenszins zijn de problemen opgelost. Te weten: niet alle eurolanden hebben een soortgelijke economie, nationale correctiemogelijkheden zijn verdwenen met het opgeven van de nationale valuta en tussen eurolanden is er weinig draagvlak voor het structureel overhevelen van welvaart.
Dat structureel overhevelen van welvaart vindt wel plaats tussen verschillende staten in de Verenigde Staten. En tussen rijkere en armere provincies in Nederland. Bijna niemand dit daar moeite mee heeft.
Een aantal eerdere artikelen over de fundamentele problemen van het euro-experiment zijn in 2010 gebundeld in een online boekje getiteld ‘Terug naar de Gulden?’ In grote lijnen is de inhoud ervan nog altijd actueel.
Oorzaak van de ellende
Wanneer landen die in economisch opzicht sterk van elkaar afwijken zich samenvoegen in een muntunie (zonder dat er sprake is van een politieke unie) is dat doorgaans de opmaat tot een economische ramp. En dat terwijl het aanvankelijk vaak juist zo’n succes lijkt.
Wanneer een land zich bij een muntunie aansluit, wordt de mogelijkheid opgegeven om in de toekomst de eigen munt te kunnen devalueren en om zelf geld bij te kunnen drukken. Voor beleggers in obligaties van zo’n land verdwijnt daarmee het wisselkoersrisico, waardoor de rente aanvankelijk fors kan dalen.
Makkelijk betaalbaar
Die lagere rente maakt de bestaande schuld makkelijk betaalbaar. Tot hervormen is er geen noodzaak en lenen is aantrekkelijk. Ambtenarensalarissen kunnen omhoog, met (pensioen)uitkeringen kan ruimhartig worden omgegaan en een hogere schuld is vanwege de lagere rente geen probleem.
Althans, tot het moment dat de rente opeens begint te stijgen, zoals men in Frankrijk begint te merken. Dan wordt de schuld ‘opeens’ een groot probleem terwijl de oude trucjes niet langer werken, te weten het bijdrukken van geld en/of het devalueren van de eigen munt.
Onmogelijke spagaat
Een oplossing voor de probleemlanden in het eurogebied zou een interne devaluatie zijn. Waar een land buiten een muntunie aan concurrentiekracht kan winnen door de munt te devalueren, moet dat proces nu als het ware intern gebeuren, door te hervormen en te bezuinigen.
Maar eenvoudig is dat niet. Zo zou Frankrijk toe moeten naar veel minder ambtenaren, forse bezuinigingen en hervormingen en zou de pensioenleeftijd er flink omhoog moeten. Lang niet iedereen in Frankrijk vindt dat een prettig idee. Bovendien: hervormingen en bezuinigingen nemen vaak jaren in beslag en betekenen doorgaans aanvankelijk ook minder belastinginkomsten.
Er bestaat echter ook nog een andere oplossing. Namelijk veel meer economische integratie binnen de muntunie waarbij de sterkere eurolanden zoals Nederland structureel, direct dan wel indirect, welvaart aan de zwakkere landen overhevelen. Bij indirect overhevelen is te denken aan kunstmatig hoge inflatie in het eurogebied waardoor landen met opgebouwd vermogen koopkracht zien vervliegen.
Weinig animo
Maar in de sterkere landen in het eurogebied is er voor deze laatste ‘oplossing’ uiteraard maar weinig animo. En daarmee zitten de landen in Noord-Europa samen met de Zuid-Europese landen gevangen in de euro.
De landen in de euro zitten opgescheept met een haast onwerkbaar economisch systeem, wat jarenlang slecht zichtbaar was vanwege de lage rente. Ook al wordt de huidige crisis in Frankrijk voorlopig bezworen, dan is het alsnog een kwestie van tijd voordat de eurocrisis opnieuw ergens oplaait. En daarmee blijft het online boekje uit 2010 voorlopig nog wel even actueel.
Valutaschommelingen beïnvloeden marge en liquiditeit. Deze training leert valutarisico’s herkennen, beoordelen en beheersen met praktische strategieën en instrumenten.