Het aantal zombiebedrijven neemt toe. Het gaat de staat waarschijnlijk €6 miljard kosten.

Dat er nog een tsunami aan faillissementen zou komen, kan niet onverwacht genoemd worden. Immers, de steunpakketten en belastingregelingen hielden ook bedrijven in leven die er al slecht (en meestal: heel beroerd) voor stonden. Deze ‘zombiebedrijven’ genereerden al vóór de corona uitbraak te weinig cash flow om continuïteit te garanderen.

Twee jaar lang pompte het kabinet vele tientallen miljarden euro’s in de economie om banen te behouden en bedrijven overeind te houden. Van veel van dat geld was bekend dat het niet terug zou komen, maar voor het belastinguitstel lag dat anders. Er werd voor 45 miljard euro aan belasting uitgesteld – en daarvan is iets minder dan de helft inmiddels ingehaald. Het bedrag dat nog uitstaat moet vanaf oktober, binnen vijf jaar, zijn terugbetaald.

Inmiddels is de verwachting dat een kwart tot een derde van de bedrijven met een dergelijke belastinglatentie deze niet kunnen aflossen. Het kabinet gaat daarom uit van een tegenvaller van 6 miljard euro. En dat is fors méér dan eerder – eind 2021 - werd aangenomen.

Het lijkt me niet de manier om de staatshuishouding te runnen (binnen minder dan een half jaar van € 1,5 miljard tekort inzien dat het ten minste € 6 miljard gaat zijn, getuigt van gebrek aan inzicht en beleidsarmoede).

Bedrijven hebben zich vanaf 2019 voor een recordbedrag in de schulden gestoken. Wereldwijd verkochten bedrijven voor 2.500 miljard dollar aan obligaties, geholpen door de historisch lage rente. En door die lage rente schuimt kapitaal wanhopig de wereld af naar rendement.

Niet levensvatbaar

Het tekent ook de spagaat waarin centrale banken verkeren: met de lage rente hoopten ze de broze wereldeconomie van zuurstof te voorzien, maar tegelijkertijd maken ze het daardoor aantrekkelijk voor bedrijven om zich schulden op de hals te halen. Hoe hoger de schuldenberg, des te groter het leed als er een krach plaatsvindt en bedrijven massaal hun leningen niet meer kunnen terugbetalen. En nu de rente stijgt en terugbetalingsverplichtingen nadrukkelijk aan de orde zijn komt dat keihard naar boven – maar onverwacht kan het toch niet zijn.

En jawel hoor, onmiddellijk klinkt de roep om coulance en mildheid – vooral uit de Tweede Kamer (VVD voorop – natuurlijk…). Toch waren zij er zelf bij toen deze coronaregelingen tot stand kwamen. Hier ontmoeten het gebrek aan kennis en kunde én een gebrek aan doorpakmentaliteit elkaar.

Inmiddels ontstaan er erg veel zombiebedrijven. De ‘brede’ definitie van zombiebedrijven stelt dat de winst van ondernemingen gelijk is aan of lager dan de rentebetalingen (laat staan de aflossingsverplichtingen). Een andere definitie werkt met de Q-ratio, die aangeeft dat de vervangingskosten van de activa van een bedrijf hoger zijn dan de marktwaarde. Waar het in ieder geval op neerkomt is dat de kasstroom in funeste mate tekort schiet om levensvatbaar door te gaan.

Rotte leningen

Aardige voorbeelden. Men pleit nu voor een periode van tien jaar voor het terugbetalen van de belastingachterstand – de gemiddelde horecazaak bestaat minder dan zeven jaar… tja. En veel belastinguitstel belandde bij bedrijven die relatief licht door de coronacrisis werden getroffen, zoals bijvoorbeeld bouwmaterialengroothandels en interieurbouwers – maar dat zijn nu juist sectoren waar al vóór corona een problematische verhouding was tussen (belasting)schulden en winstgevendheid… pffff.

Zo verstoren ‘walking dead’-bedrijven op velerlei wijze nuttige prijsvormingsmechanismen.

Verder zijn zij ook een symptoom van zwakke plekken in de bankwereld – zwakke banken zijn geneigd om rotte leningen van zwakke bedrijven steeds te verlengen, met de hoop op wat rentebetalingen. Op het moment dat bedrijven omvallen, moeten banken fors afschrijven op deze rotte leningen. Ik maak me zorgen over de systeemrisico’s van dit type leningen.

De geschiedenis herhaalt zich eerst als tragedie en dan als klucht, zei Karl Marx eens. De vraag is: als dit de tragedie wordt, wat is dan straks de klucht?!

(wordt vervolgd)


Door Leo van de Voort. Hij is bestuursadviseur bij Fuel for Living Strategies, voormalig directeur corporate finance Kempen & Co en auteur van het boek Vensters op waarde.