Als de Verenigde Staten en China over en weer de importheffingen zouden verlagen, zou dat de inflatie tegen kunnen gaan.

Dat heeft de Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen gezegd. Maar de VS zijn niet van plan om de onder de vorige president Donald Trump opgelegde heffingen eenzijdig te verlagen of af te schaffen. Yellen herhaalde dat de VS nog steeds verwachten dat China voor 200 miljard dollar (ruim 173 miljard euro) extra aan Amerikaanse goederen gaan kopen.

Onder Trump begonnen de VS een handelsoorlog met China die leidde tot een reeks importheffingen over en weer. Uiteindelijk werd er in februari vorig jaar een akkoord gesloten over het opheffen van een deel daarvan in ruil voor onder meer de extra afname door China van Amerikaanse producten.

Yellen benadrukt dat importheffingen vooral in het land dat ze moet betalen een prijsopdrijvend effect hebben. Die prijstoename wordt doorberekend aan consumenten en bedrijven. Heffingen op zaken waar vanwege het razendsnelle herstel van de economie na de coronacrisis veel vraag naar is, zoals staal en aluminium, zouden de inflatie kunnen laten dalen.

Het Amerikaans ministerie van Financiën ziet de huidige oplopende inflatie nog altijd als het gevolg van toeleveringsproblemen door grotere vraag dan aanbod van bepaalde goederen. In de tweede helft van volgend jaar zouden vraag en aanbod weer meer in evenwicht moeten komen en dan zou de inflatie ook moeten afnemen, zo is de verwachting in Washington.