Winstbegoocheling is de illusie dat de door bedrijven gepubliceerde resultaten waar zijn. Maar ze zijn niet waar, althans niet in de natuurwetenschappelijke zin van het woord. De natuurwetenschappelijke methode is indrukwekkend. Er is een object van kennis, een voorwerp in de realiteit waarnaar de kennis verwijst, en natuurkundigen, chemici, biologen ontwikkelen een model dat voortdurend aan het object van kennis getoetst kan worden. Waarheid betekent dat het model vooralsnog niet door waarnemingen in de realiteit weerlegd kan worden.

Door Loek Radix

Controllers en accountants leven in een heel andere wereld. Er is geen object van kennis, er is geen winst of vermogen in de realiteit waaraan het model getoetst kan worden. Het model, in de vorm van boekhoudregels, creëert zijn eigen realiteit. Elke set van boekhoudregels creëert bovendien een andere realiteit. Resultaat en vermogen van hetzelfde bedrijf kunnen nogal verschillen, afhankelijk van de regels die gehanteerd worden: de richtlijnen van de RJ, IFRS, US GAAP, Chinese GAAP, enzovoorts.

Hier scheiden de wegen van controllers en accountants. Accountants controleren ‘slechts’ of de cijfers volgens de regels zijn opgesteld. Een controller moet zich afvragen of de cijfers die door de boekhoudregels worden gegenereerd ook relevant zijn voor de beoordeling van een bedrijf(sonderdeel) en de besluitvorming.

In mijn boek geef ik talloze voorbeelden van valkuilen in de regels die er toe kunnen leiden dat verkeerde conclusies uit de cijfers getrokken kunnen worden. Hier beperk ik me deze keer tot één voorbeeld, maar het is misschien wel de belangrijkste valkuil. Het betreft de afschrijvingen. Ik definieer afschrijven als het verdelen van de kosten van een investering over de tijd. Afschrijvingen zijn dus wel degelijk kosten, maar kosten gerelateerd aan beslissingen die in het verleden genomen zijn en, laten we eerlijk zijn, nogal arbitrair en mechanisch over de tijd verdeeld worden. 

Het operationele resultaat (EBIT) is daardoor vaak niet de meest geschikte indicator om de onderliggende trend in de financiële prestaties van een business te beoordelen. Dat wordt nog versterkt door de effecten  van acquisitie-accounting waardoor na een acquisitie materiële vaste activa vaak opgewaardeerd moeten worden (en de afschrijvingen navenant stijgen) en immateriële vaste activa van de goodwill afgezonderd moeten worden en vervolgens ook afgeschreven (geamortiseerd) moeten worden. EBIT draag de last van het verleden en kan dus een vertekend beeld van de actuele prestaties geven. Ik heb wel eens een businessmanager gesproken die beweerde dat zijn business het volgende jaar een stuk beter ging presteren omdat “hij uit de afschrijvingen liep”. Een typisch gevalletje winstbegoocheling.

Hoe dan ook, er zijn steeds meer bedrijven die intern de financiële prestaties meten en extern over de prestaties communiceren op basis van het operationeel resultaat vóór afschrijvingen en amortisaties (EBITDA). Daar is wat voor te zeggen, EBITDA geeft, beter dan EBIT, zicht op de onderliggende trend in de business, omdat er geen verstoring plaats vindt door beslissingen uit het (soms verre) verleden, zoals die in de afschrijvingen tot uitdrukking komen. EBITDA geeft een beter zicht op cash-prestaties. Maar een andere valkuil ligt op de loer: sturen op EBITDA suggereert dat investeringen (en acquisities) gratis zijn. Dat kan leiden tot heel vreemde beslissingen. Dus noch EBIT, noch EBITDA geven een sluitend beeld van de financiële prestaties van een business. 

De risico’s van het gebruik van EBITDA zijn inmiddels wijdverbreid. Een ratio die controllers (en financieel analisten) vaak gebruiken is EBITDA/Sales. EBITDA/Sales zou een indicator moeten zijn voor de kwaliteit van een business, hoe hoger hoe beter. Maar EBITDA/Sales geeft maar beperkte informatie over de kwaliteit van een business, juist vanwege het feit dat EBITDA geen rekening houdt met de kosten van investeringen. Zo kun je niet zonder meer stellen dat een business met een EBITDA/Sales van 20% beter presteert dan een business met een EBITDA/Sales van 10%. Als de eerste business veel geïnvesteerd vermogen nodig heeft en de tweede amper, zou de rentabiliteit van het geïnvesteerd vermogen van de tweede business wel eens hoger kunnen zijn. Zelfs binnen dezelfde bedrijfstak kan voorwaartse of achterwaartse integratie tot grote verschillen in kapitaalbeslag leiden, waardoor het vergelijken van EBITDA/Sales betekenisloos wordt. Het ongeclausuleerd sturen op EBITDA/Sales is dus een ernstige vorm van winstbegoocheling.

In volgende blogs ga ik verder in op de valkuilen van de boekhoudregels en hoe het instrumentarium van controllers daar rekening mee moet houden.

Loek Radix is zelfstandig ondernemer en legt zich toe op interim-management, toezicht en coaching. In het verleden was hij onder meer corporate controller van een grote beursgenoteerde onderneming. Hij is auteur van: “Winstbegoocheling, handboek voor de kritische controller” (Academische Uitgeverij Eburon). Het bovenstaande is ontleend aan zijn boek. Hij is bereikbaar onder [email protected]