Wijzigingen wetsvoorstel Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen

Onlangs is een aantal wijzigingsvoorstellen ingediend op het wetsvoorstel Belastingheffing excessieve beloningsbestanddelen. Volgens het wetsvoorstel moet de werkgever een eindheffing van 30% betalen over vertrekvergoedingen voor zover deze hoger zijn dan één jaarloon.

Dit geldt alleen als het jaarloon van de werknemer meer dan 500.000 euro bedraagt. Als de vertrekvergoeding kan worden aangemerkt als een VUT-regeling, was volgens het oorspronkelijke voorstel daarboven een eindheffing van 26% verschuldigd. Vanaf 2011 wordt deze eindheffing zelfs 52%.

Door een wijzigingsvoorstel blijft de eindheffing voor excessieve beloningen echter toch achterwege als ook de eindheffing voor VUT-regelingen verschuldigd is. In het wetsvoorstel wordt voor lucratieve belangen een progressieve belastingheffing voorgesteld als resultaat uit overige werkzaamheden. Hierbij is een aantal specifieke soorten aandelen en winstdelende schuldvorderingen genoemd.

Vermogensrechten die hiermee economisch vergelijkbaar zijn, kunnen ook onder de voorgestelde heffing vallen. Dit blijkt uit een verduidelijking in de nota van wijziging. Als aandelen tot een aanmerkelijk belang behoren, zal dit niet leiden tot een belaste
fictieve vervreemding.

Van een aanmerkelijk belang is sprake als men ten minste 5% van de aandelen in een vennootschap heeft . Dergelijke aandelen moeten dan door de voorgestelde wetgeving ook onder het resultaat uit overige werkzaamheden gaan vallen. Ook dit is het gevolg van een wijzigingsvoorstel.

Bij immigratie op of na 1 januari 2009 waarbij een lucratief belang tot het regime van resultaat uit overige werkzaamheden gaat behoren, geldt het volgende. De waarde van het vermogensbestanddeel mag dan worden gesteld op de waarde in het economisch verkeer op het moment van vestiging in Nederland.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Tax Update ism Deloitte