Werken aan werkkapitaal (2) - 5 tips investeringsselectie

Cash is nog immer king! De meeste ondernemingen hebben inmiddels actie ondernomen om hun cash positie te verbeteren. Ze zijn, na het doorvoeren van besparingen op uitgaven, begonnen bij het werkkapitaal in de vorm debiteuren en voorraden. Dat waren ook de elementen waarop het eerste deel van dit artikel was gericht.

Nu de storm wat is gaan liggen (maar het nog steeds flink waait!) moet ook op andere gebieden en meer structureel het werkkapitaal worden aangepakt. Een belangrijke component daarin is: wat te doen met de cash die wel beschikbaar is? Investeringsselectie dus, ofwel het CAPEX proces.

Introductie
De impact van investeringsselectie op werkkapitaal is duidelijk. De uitgave van cash aan investeringen verlaagt het beschikbare werkkapitaal en de returns die worden verkregen zorgen weer voor nieuwe cash.

Daarnaast moet bij het beoordelen van investeringen rekening worden gehouden met de impact op werkkapitaal in de vorm van voorraden en debiteuren: een investering in een nieuwe productlijn waarmee een nieuw marktsegment gaat worden bediend zal ook een extra investering in werkkapitaal vergen, doordat de debiteurenpositie groter wordt.

En het betalingsgedrag van dat nieuwe segment kan wel eens heel anders zijn dat dan van de huidige debiteuren! Bovendien moeten de momenten waarop de uitgaven binnen het investeringsproject worden verwacht goed worden geschat om de effecten op de cash positie te voorspellen.


Proces van investeringsselectie
Naast de methoden om investeringen te beoordelen en te selecteren moet ook aandacht worden besteed aan de inrichting van het proces:

- Kunnen investeringsaanvragen gedurende het hele jaar worden ingediend? Of kan dat alleen periodiek, op vastgestelde momenten? Gezien de aard van de bedrijfsactiviteiten en de investeringen die daarop betrekking hebben kan het nodig zijn de geplande investeringen inzichtelijk te hebben bij het opstellen van het budget voor het volgende jaar.

- Wordt aansluiting gezocht bij de budgetcyclus? Hoewel dat misschien logisch lijkt kan dat een negatief effect hebben op de doorlooptijd van het budgetproces. Daarnaast moeten veelbelovende projecten niet in de wacht worden gezet tot de volgende budgetronde.

- Is de aanvraag een papieren exercitie, of wordt dit ondersteund met een tool? Een goede tool (specifieke applicatie of goed ingerichte Excel omgeving) kan zorgen voor meer gestandaardiseerde investeringsaanvragen waardoor transparantie en vergelijkbaarheid worden verhoogd.

- Is de procedure voor het aanvragen helder? Werkt iedereen met dezelfde uitgangspunten (WACC, belastingtarief, groeicijfers, etc.)

Methoden voor investeringsselectie
Om investeringen te beoordelen en te selecteren zijn diverse methoden bekend. Vanuit de theorie en de praktijk zijn daar:
-    Payback period
-    Return on investment (ROI)
-    Netto contante waarde (NCW of NPV)
-    Internal Rate of Return (IRR)

Deze vier zijn voldoende bekend en worden veel gebruikt. Er zijn nog vier methoden, die echter minder vaak worden toegepast:

- Modified IRR (MIRR)
De MIRR is een verbeterde versie van de IRR. Hierbij worden de vrijkomende kasstromen contant gemaakt tegen een rentevoet die niet gelijk hoeft te zijn aan de IRR. Daarnaast worden eventuele negatieve kasstromen tegen de geldende rentevoet berekend.

- Profitability Index
De PI is de contante waarde van de investering gedeeld door de investering. Deze methode is nuttig bij het selecteren van meerdere projecten en een beperkt budget: beginnen bij de hoogste PI levert het beste resultaat op.

- Discounted Payback Period
Conform payback period (terugverdientijd) echter met verdisconteerde bedragen.

- Exit calculation (ENPV)
De exit calculation is bedacht om beter toegerust te zijn op onverwachte omstandigheden, zoals recessies en toetreding van concurrenten. De methode gaat uit van jaarlijkse fictieve beëindiging van het project. Zo wordt de ontwikkeling van de opbrengst van het project in de tijd zichtbaar gemaakt. Het voordeel van de methode is dat met tijdswaarde van geld, terugverdientijd en met risico rekening wordt gehouden. Het nadeel van deze methode is echter het moeten berekenen van de liquidatiewaarde van het project. Figuur 2 laat zien hoe de ENPV kan worden gebruikt bij het vergelijken van verschillende projecten.

In Tabel 1 worden de verschillende methoden kort samengevat.

TABEL 1

 

Investeringsselectie – een alternatief
De theoretisch superieure methode van Exit Calculation brengt grote praktische problemen met zich mee. Er is echter nog een alternatief.

Het combineren van 2 methoden kan op eenvoudige wijze een goed beeld geven van de verschillende projecten. Door de methode van discounted payback period te combineren met de NCW en deze vervolgens grafisch weer te geven ontstaat een beeld van een projectenportefeuille zoals geschetst in Figuur 3.



Conclusies
De 5 regels voor een juist proces van investeringsselectie:

1. Zorg dat het investeringsselectie proces aansluit op de behoeften van de business.

2. Maak het proces transparant en duidelijk voor iedereen in de organisatie. Dit voorkomt teleurstellingen die een negatief effect kunnen hebben op toekomstige aanvragen.

3. Ondersteun het proces met een tool, waardoor alle aanvragen uniform zijn en een betere vergelijking mogelijk wordt.

4. Kies een evaluatiemethode die aansluit bij de problematiek die specifiek is voor uw onderneming: als de focus op winstgevendheid ligt is NCW een betere methode. Voor het beperken van risico kan beter een terugverdientijd methode worden toegepast.

5. Combineer methoden zodanig dat de portefeuille van projecten goed beoordeeld kan worden. Een combinatie van NCW en terugverdientijd kan daarbij uitkomst bieden.


Dries van Boxtel is business consultant bij EyeOn BV Business Planning & Control Solutions.