Slechts 179 beginnende bedrijven hebben een beroep gedaan op de TVL-regeling.

Van de nieuwe coronaregeling voor de tegemoetkoming in de vaste lasten (TVL) voor starters wordt nog maar weinig gebruik gemaakt.

Volgens de uitvoerende dienst Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben sinds de openstelling van de regeling slechts 179 beginnende bedrijven een aanvraag ingediend. Ter vergelijking: afgelopen jaren kwamen er in Nederland telkens meer dan 200.000 nieuwe ondernemingen bij.

Ondernemers die nog niet zo lang geleden zijn begonnen met hun bedrijf kunnen pas sinds maandag steun aanvragen voor het betalen van hun vaste lasten. Het gaat om startende ondernemers die zich tussen 1 oktober 2019 en 30 juni 2020 hebben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Waarom er in de eerste dagen nog maar weinig aanmeldingen zijn, is niet duidelijk.

De TVL-regeling is recent uitgebreid omdat starters eerder vaak buiten de boot vielen als gaat om deze vorm van steun. Dat kwam omdat zij geen omzetgegevens hadden uit de referentieperiode in 2019, of omdat zij startten na 15 maart 2020 en daardoor niet in aanmerking kwamen. De Tweede Kamer had al aangedrongen op een speciale maatregel voor deze groep, maar het bleek lastig om de regeling in elkaar te zetten.

Het komt vaker voor dat er maar weinig aanmeldingen zijn voor een steunmaatregel. Zo ook voor de regeling voor doorstartkrediet voor het midden- en kleinbedrijf, het zogeheten time-out-arrangement (TOA) dat dinsdag opengesteld werd. Bedrijven kunnen om een faillissement te voorkomen krediet aanvragen dat ze bij reguliere financierders minder makkelijk kunnen krijgen. Daar zijn nog maar enkele tientallen aanvragen voor binnen. Dat komt volgens Qredits, de kredietverstrekker waar de overheid mee samenwerkt voor de uitvoering, door het langdurige traject dat bedrijven moeten volgen voordat ze een aanvraag kunnen doen. De overheid heeft 200 miljoen euro uitgetrokken voor dit fonds.