Wie herinnert zich niet de eerste fraaie kleurenfoto's die vanuit de ruimte van de aarde zijn gemaakt? Een kleurige bal in een onherbergzame oneindigheid. Een zich onderscheidende eenheid. In die zin is globalisatie, de term mondialisering bevalt mij beter, niet meer nodig.

Het is aannemelijk dat onze verre voorouders met het oog op een betere positie en situatie de gehele wereld hebben verkend en gebruikt. De merkwaardige opvatting dat bepaalde delen van de wereld min of meer exclusief voorbehouden zijn aan bepaalde groepen mensen was nog niet ontwikkeld.

Het ontstaan van staten betekent onvermijdelijk het inleveren van vrijheid. Zodra wij echter afstand doen van vrijheid, is er sprake van een schier onomkeerbaar proces. Dankzij Adam Smith weten wij dat de welvaart van landen is gebaseerd op arbeidsverdeling. Nu was Smith slim genoeg om te onderkennen dat arbeidsverdeling niet beperkt moet blijven tot aan de grens van een land.

Vrije wereldhandel is een wenkend perspectief. Deze opvatting werd later door David Ricardo nog sterker benadrukt. Zijn gedachten over het bestaan van comparatieve kostenverschillen lieten ook duidelijk zien welke er voordelen aan handel, op kleine en grote schaal, verbonden zijn.

 

ZONNEKLAAR

Als mondialisering betekent dat wij nog steeds de gedachten van Smith en Ricardo volgen, dan zijn de voordelen zonneklaar. Meer ondernemers betekenen meer toegevoegde waarde en daarmee worden braakliggende productiefactoren ontsloten.

Vooral de factor arbeid is hier van groot belang. Op dit moment wordt een enorme hoeveelheid denkkracht onbenut gelaten. Die potentie is echter hard nodig om tot nieuwe inzichten en oplossingen te komen. Het tot stand komen daarvan is afhankelijk van individuen die op eigen houtje of binnen samenwerkingsverbanden hun geest de vrije loop kunnen laten.

De grondslag van vrijhandel kan alleen liggen in de vrijheid om te kiezen. Als mensen uit vrijheid handelen is het ontstaan van scheve situaties onmogelijk. Goedkope importen mogen vervelend zijn voor importeurs, maar het geld om die importen te betalen wordt verdiend door te exporteren.

Wil dit zonder hapering werken, dan betekent het ook dat wordt afgezien van vaste wisselkoersen of belemmeringen bij het wisselen van valuta. Of overheden dat echt willen, is de grote vraag. Het maakt het bereiken van consensus er niet gemakkelijker op.

De burgers kunnen zich inmiddels afvragen of de zichtbare verbetering van onze welvaart en ons welzijn is verkregen door het najagen van consensus of door enkele eigenwijze mensen die met grote hardnekkigheid hun persoonlijke idealen hebben nagestreefd. Ons lichaam en onze geest kunnen niet zonder de middelen waardoor ondernemers economische waarde kunnen toevoegen. Wereldwijd.

 

Jan Vis is directeur bij Talanton Corporate Finance BV te Puttershoek en als adjunct-professor Business Valuation en Value Based Management verbonden aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit. Deze column geeft de persoonlijke mening van de auteur weer