De eurozone en Nederland kenden een aanzienlijk zwakker uiteinde van 2012 dan was voorzien. De groeiverwachtingen voor 2013 zijn daarom neerwaarts bijgesteld. De eerste helft van het jaar zal moeizaam verlopen, maar voor de tweede helft van 2013 wordt een voorzichtige terugkeer naar lichte groei voorzien, meldt Rabobank.


Naar verwachting zal het BBP van de eurozone in 2013 nog krimpen met 0,5%, maar groeien met 1% in 2014. De Nederlandse economie zal in 2013 eveneens krimpen, met naar verwachting 0,75 %. Voor volgend jaar wordt een gematigde groei van ons BBP verwacht. Zowel in Nederland als elders in het eurogebied zullen aanvullende bezuinigingen deze groeicijfers echter nog kunnen drukken. Dat schrijven economen van Rabobank in het vandaag verschenen Economisch Kwartaalbericht.

Nederlandse economie voor groei afhankelijk van export
De Nederlandse economie verkeert sinds de tweede helft van 2012 weer in recessie. En zelfs met de voorzichtige groei vanaf de tweede helft van dit jaar zullen de werkloosheid en het aantal faillissementen tot in 2014 blijven stijgen. Daarbij is 2013 het zwaarste bezuinigingsjaar. Hoewel ook na dit jaar verder zal worden bezuinigd, komt het bezuinigingstempo ook met een aanvullend pakket van € 4 miljard voor 2014- lager te liggen. De groei blijft daardoor geremd, maar minder dan in 2013.

De zwakke binnenlandse dynamiek speelt onze economie dit en komend jaar parten, waardoor mogelijk economisch herstel in ons land vooralsnog afhankelijk blijft van de export. Dat de Nederlandse economie in 2014 naar verwachting weer licht groeit, komt dan ook nagenoeg alleen door het aantrekken van de wereldhandel. Een tegenvallende groei van de wereldeconomie kan het enige lichtpuntje voor de Nederlandse economie al snel doen dimmen.

Lichtpuntjes van buiten
De wereldeconomie is sinds het begin van dit jaar in rustiger vaarwater gekomen. Positief is dat de crisis in de eurozone niet is teruggekeerd, zelfs niet na de teleurstellende verkiezingsresultaten in Italië. Dit wekt de indruk dat de regio, hoewel nog steeds fragiel, beter be­stand is tegen negatieve gebeurtenissen. Ook het herstel van de VS blijkt schokbestendiger dan sommige pessimisten vreesden. Als het de Japanse overheid lukt een einde te maken aan het deflatietijdperk, dan is dat een opsteker voor de derde economie ter wereld.

De groei van China zal waarschijnlijk weer toenemen en dat komt de wereldwijde vraag ten goede. Vooral de grondstofproducerende landen zullen hiervan profiteren. De overige opkomende economieën zien ook een toename van de economische activiteit, deels dankzij een soepeler monetair beleid. De niet-geïndustrialiseerde landen zouden daarom in staat moeten zijn een bodem te leggen onder de wereldeconomie, gezien het feit dat ze samen goed zijn voor grofweg 40% van het wereld-BBP. En dat is relatief goed nieuws gezien de uitvoergeleide terugkeer naar groei die Nederland nodig heeft.

Geen rechte lijn naar boven
Tegelijkertijd zijn ook de economische uitdagingen die voor ons liggen nog altijd aanwezig en aanzienlijk. Het mondiale herstel verloopt langzaam en zelfgenoegzaamheid over het gevoerde beleid, bijvoorbeeld in Europa, kan de vooruitzichten verslechteren. Europese beleidsmakers moeten haast maken met de voortgang van het Europese integratieproces en de definitieve bezwering van de eurocrisis. De autoriteiten in de VS moeten beseffen dat de huidige beleidsvorming op de lange termijn nadelig uit kan pakken voor hun land. Japan heeft nog steeds een begrotingsconsolidatieplan voor de middellange termijn nodig. De opkomende markten, en dan vooral China, moeten hervorming van hun economisch model bovenaan de politieke agenda zet­ten en hun toevlucht niet zoeken tot maatregelen die het risico op deglobalisatie met zich meebrengen (zo­als valutakoersmanipulatie). Als op al deze gebieden vooruit­gang wordt geboekt, is voorzichtig optimisme over de wereldeconomie gerechtvaardigd en blijft het risico op hapering van de Nederlandse uitvoermotor beperkt.

Voorwaarden voor herstel in (Zuid-)Europa
In de eurozone landt het sinds medio 2012 in de meeste landen sterk verbeterde sentiment nog niet in de reële economie. In combinatie met de forse bezuinigingsopgave en de sterkere euro resulteert dit naar verwachting in een nieuwe BBP-krimp in 2013. Vanaf 2014 voorzien de Rabo-economen een voorzichtige groei. Maar onder de aanname dat:
- de eurocrisis niet weer escaleert en het broze vertrouwensherstel in de kiem smoort;
- Zuid-Europa kan blijven doorhervormen en niet ten prooi valt aan hervormingsmoeheid;
- de perifere landen van het eurogebied budgettair enige lucht krijgen.

Er is al veel bereikt en nu is de tijd om de groei een kans te geven en de hervormingen te laten renderen door het bezuinigingstempo te verlagen. Dit past ook binnen de Europese begrotingsregels, waarin landen uitstel kunnen krijgen van begrotingsdoelen wanneer de economische situatie aanzienlijk slechter uitpakt dan voorzien en een gezonde budgettaire situatie op middellange termijn daarmee niet in gevaar komt.

Bron: Rabobank