IFRS 2 (Share-based Payment) bepaalt dat de reële waarde van optieregelingen en andere op aandelen gebaseerde transacties als kosten in de winst- en verliesrekening moeten worden opgenomen. Deze regeling geldt ook indien een moedermaatschappij opties of aandelen verstrekt aan bestuurders of werknemers van een dochtermaatschappij.

Eveneens geldt deze regeling als deze vergoeding in de vorm van fysieke aandelen wordt afgerekend (zogenaamd ‘equity-settled’): de winst- en verliesrekening van de dochtermaatschappij moet dan als kosten de reële waarde van de optieregeling bevatten.

Een regeling waarin door de moedermaatschappij verstrekte opties of aandelen in kas worden afgerekend (zogenaamd ‘cash-settled’) valt op dit moment niet expliciet onder het toepassingsgebied van IFRS 2; verwerking van kosten in de winst- en verliesrekening van de dochtermaatschappij kan onder omstandigheden achterwege blijven.

In december 2007 heeft de IASB een aanpassing van IFRS 2 voorgesteld, waarin is opgenomen dat ook ‘cash-settled’ opties en aandelen, verstrekt door de moedermaatschappij, onder het toepassingsgebied van IFRS 2 vallen en derhalve als kosten moeten worden opgenomen in de winst- en verliesrekening van de dochtermaatschappij.


BRON: Egbert Eeftink / KPMG