Overheid laat transporteurs te veel betalen voor tachograafkaarten.

Na de prijsverhoging van deze maand, betalen Nederlandse transporteurs nu tien keer meer per verplichte tachograafkaart dan in bijvoorbeeld Zweden, zegt Transport en Logistiek Nederland (TLN), die vandaag aan de bel trekt: "Bedrijven met vrachtwagens of bussen hebben geen keuze: ze hebben de kaarten nodig, want daarop registreert de chauffeur of en wanneer hij of zij de verplichte rust neemt. En ondernemers zijn verplicht ze in Nederland te kopen, terwijl de kaarten in heel Europa hetzelfde zijn."

TLN meldt dat de overheid al jaren werkt aan een nieuw tarievenstelsel voor de producten van leverancier Kiwa. Dat stelsel zou op 1 januari 2017 worden ingevoerd, maar dat is nog steeds niet gebeurd. In dat nieuwe stelsel moet de prijs van producten als de tachograafkaart allereerst kostendekkend zijn. Het tweede uitgangspunt van het nieuwe tarievenstelsel is dat de winst die de leverancier maakt op tachograafkaarten niet gebruikt mag worden om verlies elders te compenseren.

Hoewel de prijs per kaart maar 100 euro is, betaalt de collega in Duitsland voor eenzelfde kaart maar 40 euro en in Zweden zelfs maar 10 euro. Een Nederlands transportbedrijf is daardoor al snel duizenden tot tienduizenden euro's per jaar extra kwijt. Directeur Jan Boeve van TLN ziet een eenvoudige oplossing: "Ondanks eerdere toezeggingen van de Nederlandse overheid dat ze Kiwa zou dwingen de prijs te verlagen, blijft hij elk jaar omhoog gaan. Dus zeggen wij: als ze het in het buitenland goedkoper kunnen, laat Nederlandse ondernemers dan gewoon hun tachograafkaarten in het buitenland kopen."

Lees ook: 5 tips om bedrijfsvoering te verduurzamen

(bron: TLN)