De gebruikte definities van flexwerker en zzp'er komen niet overeen met de realiteit anno 2021.

Het akkoord tussen de FNV en VNO/NCW, de dominante organisaties in de SER, wordt met gejuich ontvangen. Maar welke belangen van welke ‘flexwerkers’ dient de SER anno 2021 eigenlijk?

Ik heb vanuit wetenschappelijke en uit praktische overwegingen geleerd dat je altijd eerst moet beginnen met goede definities en verifieerbare uitgangspunten. Waarom? Omdat je anders geen goede probleemanalyse en oplossingen kunt verzinnen.

Een mooi voorbeeld is het zogenaamde ‘sociaal akkoord’ tussen de FNV en VNO/NCW (meer is het niet) over flexwerk waarbij flexwerkers en zzp’ers door elkaar worden gehaald, zoals ook ministeries, de Tweede kamer en het CBS dat doen. Als je ‘wat is een flexwerker’ invoert op Google dan krijg je deze definitie van het CBS:

‘Voor het begrip flexwerker bestaat geen standaard definitie. In Nederland wordt met deze term over het algemeen gedoeld op werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Veelal worden ook de zzp’ers tot de flexwerkers gerekend. Deze afbakening wordt ook in dit dossier toegepast.’

En daar begint het probleem dus al; deze definities komen niet overeen met de realiteit anno 2021. Daarvoor moet je terug gaan naar wie er welke belangen in de huidige Sociaal Economische Raad behartigen. Dat zijn vooral de FNV en VNO-NCW, de ouderwetse grote en invloedrijke organisaties in de oude normaal economie.

Voor de FNV, het VNO/NCW en de ‘oude-normaal’ kroonleden in de SER zijn flexwerkers mensen die van uit het gezichtspunt van de eigen achterban en de oude-normaal economie geen vast contract hebben. En zo kijken zij ook naar zzp’ers.

Dat is logisch als je kijkt wie er in de SER zitten. Werknemers zijn vooral vertegenwoordigd door een groot aantal FNV’ers en een beetje door het CNV. Het aantal leden van de FNV is trouwens inmiddels gedaald tot 1 miljoen leden. Bij de werkgevers speelt het VNO/NCW een dominante rol (bij VNO-NCW zijn 155 brancheorganisaties aangesloten en ongeveer 500 ondernemingsleden) en het MKB is in de SER vertegenwoordigd met één lid (MKB-Nederland).

Daarnaast bestaan de kroonleden (‘onafhankelijke deskundigen’) zonder uitzondering uit vertegenwoordigers van de oude normaal-economie.

De adviezen van de huidige SER zijn dus gebaseerd op 1) het behartigen van de belangen van de eigen achterbannen: een kleine groep werknemers en ondernemers en 2) op ‘oude-economie’ deskundigheid van o.a. ‘topeconomen’ en ex-politici die in onze nieuwe digitale economie irrelevant is.

Met andere woorden: op een relatief kleine groep werknemers en werkgevers met een compleet verkeerde definitie van ‘flexwerker’. Engels definitie van flexwerker = kluswerker dekt de lading veel beter.

Hoogtijd dus om de samenstelling van de SER snel structureel te veranderen als we echt stappen willen zetten richting de nieuwe economie en het belang van verschillende typen ondernemers, werkgevers en werknemers in de nieuwe digitale economie. Dat is gezien de inhoud van de huidige adviezen totaal niet het geval. Integendeel.

Door Tony de Bree. Hij is auteur van 'Groeien zonder te groeien. Succesvol ondernemen in de betekeniseconomie', 'Overlevingsstrategie voor startups' en 'De scale-up blueprint'. Sinds 1997 spot hij succesvol bedrijven als Amazon, Bol, ASML, IKEA en PayPal. Hij is ICT-lid in RvC's en werkte bij ABN AMRO, als Dragon bij corporate venturing en als global splitsingsmanager KYC.