Arnold Heertje heeft in zijn boek Echte economie (Thijmgenootschap december 2006, ISBN 978 90 5625 2328) overtuigend beschreven hoe het intellectuele tekort in enkele decennia tijd greep heeft gekregen op de Nederlandse samenleving, met grote schade aan onze echte subjectieve welvaart.

De praktische betekenis van het subjectieve welvaartsbegrip, wetenschappelijk gefundeerd door Piet Hennipman (naast Pierson en Tinbergen een van de belangrijkste Nederlandse economen), gaat steeds meer schuil achter de door bedrijfseconomen en algemeen economen ten onrechte tot geld beperkte kosten- batenanalyses en monetarisme (Heertje, p. 27).

Het door Heertje beschreven intellectuele tekort heeft ook de accountancy ernstig aangetast. Voor ‘leren’ wordt de neus opgehaald. Ik laat graag Heertje aan het woord: ‘Leren is meer dan kennisnemen. Leren is vorsen, teksten omwoelen, vragen opwerpen, antwoorden ter discussie stellen, grenzen verkennen en verschuiven, het geschreven woord van de een zetten tegenover dat van de ander, op nieuwe gedachten komen en zwijgen, zolang het onbewuste geen geheimen prijsgeeft.

Zonder leren is er geen zinvol leven’ (p. 111). ‘Management, communicatie en organisatie vervangen wijsbegeerte en wiskunde in het hoger onderwijs.’ ‘Het intellectuele tekort uit zich voorts in de wijze van uitvoering van werkzaamheden. Van hoog tot laag ontbreekt de kennis om opdrachten en taken naar behoren uit te voeren.

Het voortschrijden van regelgeving en procedures door de overheid, in de semi-publieke sector en bij het bedrijfsleven, gaat gepaard met het verharden en ontmenselijken van de bureaucratie. De bureaucratie is steeds vaker het toevluchtsoord voor de risicomijdende middelmaat in de samenleving. Een samenleving zonder intellect is gespeend van initiatief, innovatie, improvisatie en creativiteit en is overgeleverd aan routine, verstarring, fanatisme en procedures’ (pp. 114/115).

INTELLECTUEEL DISCOURS
Wie het beeld dat Heertje schetst niet herkent voor wat betreft de accountancy, moet eens proberen in luttele uren kennis te nemen van de geheel vernieuwde Handleiding Regelgeving Accountancy (HRA) 2007, deze te doorvorsen en daarbij onbevangen vragen op te werpen. Deel 1, Regelgeving voor de accountant, omvat 1.362 pagina’s, Deel 3, Voorbeeldteksten, omvat 950 pagina’s.

Deze delen zijn zonder samenhang in juni 2007 uitgebracht. Volgens de introductie in Deel 1 wordt er nog gewerkt aan het ‘uitleggen van de samenhang’. De samenhang wordt zonder enig bewijs verondersteld en volgt nog in een later uit te brengen Deel 2. Een betere illustratie van de intellectueel armoedige werkwijze is nauwelijks mogelijk.

De uiterst langdradige verhandelingen en de uitgekauwde voorbeeldteksten veronderstellen dat ‘de praktijk’ vooral niet zelf nadenkt. Of het nadenken wel aan de samenstellers kan worden overgelaten, is daarbij twijfelachtig en laat zich in ieder geval niet aan de teksten aflezen. Om de accountancy te redden is een deltaplan nodig en een totale vernieuwing.


Een goed begin zou kunnen zijn om serieus werk te maken van een echte discussie vanuit de wetenschap, professionele gebruikers van accountantsverklaringen en ‘echte accountants’ over ‘volkomen controle’, waartoe ondergetekende samen met Arnold Heertje een voorzet heeft gedaan in het artikel ‘Doeltreffende administratieve controle door steekproeven’ (Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie, december 2006, pp. 611-619). Tot dusverre blijft het oorverdovend stil.