Geld pompen in de economie om de crisis te bezweren. Daarmee neemt ook het risico op een hyperinflatie buitensporige vormen aan. Weinig Westerse bedrijven hebben ervaring met een sterk inflatoire omgeving. Mede op basis van de ervaringen van bedrijven die met succes de strategie aanpasten om inflatie het hoofd te bieden, worden aanbevelingen gedaan.

De autoriteiten gaan de economische crisis te lijf door de geldkraan drastisch open te draaien. Hiermee trachten zij het vertrouwen in de economische orde te herstellen zodat we weer terug kunnen keren naar business as usual. Het uitbundige gebruik van geld als redmiddel, zoals quantitative easing, brengt ook het risico mee dat fundamentele problemen verplaatst worden naar het monetaire systeem.

En daarmee wordt het scenario van een mondiale geldcrisis steeds waarschijnlijker, waarbij de inflatie fors zal toenemen en zelfs uit de hand kan lopen. Waar bedrijven zich op dit moment vooral richten op de verslechterde omstandigheden voor handels- en kredietverlening, dienen zij ernstig rekening te houden met (extreme) inflatoire omstandigheden. Echter, ook in een dergelijk scenario zijn er strategische opties om succesvol te opereren.


HET ECONOMISCHE SYSTEEM

De mogelijkheid van een scenario met hyperinflatie is te begrijpen wanneer we in ogenschouw nemen hoe het economische stelsel is opgebouwd en hoe de verschillende deelsystemen daarvan elkaar daarmee beïnvloeden. Sterk vereenvoudigd bestaat het huidige stelsel uit vier deelsystemen. Aan de basis staat de reële economie: het systeem van producten, diensten, arbeid, et cetera die als zodanig een zekere reële waarde vertegenwoordigt.

Vanwege (distributieve) schaarste is er hier van oudsher sprake van onderlinge ruilhandel van deze reële waarden. Omdat ruilhandel echter weinig efficiënt is, heeft de mensheid ook al lang een bovenliggend systeem ontwikkeld die de handel moet vergemakkelijken: het geldsysteem of monetaire systeem.

In de basis heeft die een rechtstreekse relatie met de reële economie en van oudsher was goud de link tussen deze twee, wederzijds afhankelijke systemen. Dit is echter in de jaren zeventig van de vorige eeuw losgelaten en onder beheer geplaatst van centrale banken en overheden.

Het monetaire systeem maakt echter weer een nieuw systeem mogelijk. Geld maakt het namelijk mogelijk voorschotten te nemen op toekomstige reële opbrengsten zoals de oogst van volgend jaar of opbrengstoverschotten te bewaren voor investering of toekomstige consumptie. De functie van lenen en sparen wordt van oudsher vervuld door banken.

Met andere woorden: de onderliggende systemen maakten weer een banksysteem mogelijk. Dit schept vervolgens weer de mogelijkheid om aan deze systemen zelf geld te verdienen. En zo ontstond een nieuw systeem waarin financiële specialisten zaken als opties, futures, warrants, CDO's, et cetera uitvonden.

Een systeem waarin het mogelijk werd zogenaamde hefbomen te genereren op de onderliggende systemen van spaartegoeden en kredietverlening. Dit derivatensysteem bestaat uit beurzen, zakenbanken, hedgefondsen, private investors, pensioenfondsen, en dergelijke.

Hoewel dit systeem een relatie heeft met de reële economie, is het bijna niet meer mogelijk om de onderlinge afhankelijkheden te herkennen, laat staan te controleren. Het is met name dit laatste systeem dat in de ‘geglobaliseerde’ en gedigitaliseerde wereld van nu een ongekende vlucht heeft genomen.

Dagelijks flitsen triljarden over de wereld; een veelvoud van de waarde van het reële systeem dat er aan ten grondslag ligt. Het derivatensysteem is voor het bestaan afhankelijk van de onderliggende systemen, maar is daar nauwelijks meer een reflectie van en bovendien vele malen groter.

Met andere woorden: we hebben tegenwoordig te maken met een omgekeerde piramide van systemen, waarbij de bovenliggende systemen vele malen groter zijn dan de onderliggende systemen waarop ze gebaseerd zijn.


KREDIETCRISIS

Als de kredietcrisis wordt bezien in het licht van bovenstaande systeembeschrijving, wordt duidelijk waar het is misgegaan en welke risico's er nog uit kunnen voorkomen. De kredietcrisis begon in de zomer van 2007 doordat er twijfel rees over de waarde van exotische producten die waren ontwikkeld in het derivatensysteem.

Een typisch voorbeeld zijn derivaatproducten die bestaan uit een bundeling van de risico's van uitstaande hypotheekleningen (CDO, CDS). Toen steeds meer hypotheekgevers de rente niet meer konden betalen en daarnaast de huizenprijzen begonnen te dalen, werden deze producten minder waard.

Door hun complexiteit en de onzekere vooruitzichten, is de waarde van de titels moeilijk vast te stellen. Aangezien banken en verzekeringsmaatschappijen een deel van hun vermogen in deze producten belegd hebben, nam het wantrouwen binnen de financiële sector hand over hand toe.

Temeer omdat banken hierbij uitbundig gebruik maken van hefbomen waarbij het uitstaande vreemd vermogen vele malen groter is dan het eigen vermogen. De kredietcrisis zorgde daarmee voor een ernstige disbalans (negatief hefboomeffect) in het banksysteem, met als gevolg dat banken steeds minder bereid zijn om geld (aan elkaar) uit te lenen.

Dit heeft weer een negatief effect op de economische groei omdat de investeringsbereidheid en het consumentenvertrouwen afneemt. Bedrijven reageren op de afzwakkende conjunctuur door op de (personeels)kosten te bezuinigen, met alle negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid van dien.

Uiteindelijk bereikte de kredietcrisis daarmee de reële economie waarmee de omgekeerde piramide zelfs aan haar basis verzwakt en een negatieve spiraal in gang werd gezet. Een wereldwijde depressie werd daarmee een reële dreiging.


INGRIJPEN

Zeker na het faillissement van de grote Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in het najaar van 2008, zijn de autoriteiten in Europa en Amerika tot drastische maatregelen overgegaan om een dreigende economische depressie te voorkomen.

Vooral de Amerikaanse beleidsmakers hebben de traumatische gevolgen van de Great Depression van de jaren dertig stevig op het netvlies. Honderden miljarden dollars zijn in de economie gepompt via nieuwe leenfaciliteiten voor financiële bedrijven, kapitaalinjecties in banken (bijvoorbeeld Bank of America en Citigroup) en verzekeringsmaatschappijen (AIG) en via belastingteruggave en een verhoging van de overheiduitgaven.

Ook in Europa zijn de geldpersen in verhoogd tempo gaan draaien als gevolg van de genomen belastingmaatregelen (bijvoorbeeld de tijdelijke WW regeling in Nederland en de sloopregeling voor auto’s in Duitsland) en monetaire maatregelen (leenfaciliteiten en kredietgaranties van de overheid, maar ook overheidsinvesteringen in kwakkelende banken en verzekeraars zoals ING, Aegon en SNS Reaal).

Inmiddels zijn de officiële rentetarieven stapsgewijs richting het nulpunt gebracht. Omdat de maatregelen niet snel genoeg resultaat opleveren, zijn de Amerikaanse en Europese centrale banken overgegaan tot een noodmaatregel: quantitative easing.

Zij kopen uitstaande leningen op om daarmee het geld dat in omloop is, te verhogen. Met andere woorden: het monetaire systeem wordt, terwijl er geen (goud)dekking meer is, ongebreideld gebruikt om de effecten in de andere deelsystemen te keren. Er wordt namelijk veel geld gecreëerd terwijl het volume van goederen en diensten krimpt.

De schaal en de wijze waarop de geldhoeveelheid wordt vergroot kan daarmee tot consequentie hebben dat het vertrouwen in het geldsysteem verdwijnt, met een monetaire systeemcrisis tot gevolg. Deze onconventionele en zelden toegepaste maatregel neemt een belangrijk risico met zich mee: oncontroleerbare inflatie.


OP HOL GESLAGEN

Is het nu waarschijnlijk dat we aan de vooravond van een periode van monetaire instabiliteit staan? Er zijn meerdere redenen om dit te verwachten. Allereerst weten de monetaire autoriteiten niet wat de effecten zullen zijn van onbeproefde methoden zoals quantitative easing. Het is goed mogelijk dat dit de inflatie sneller en langer zal aanwakkeren dan gedacht.

Ten tweede beloven de snel oplopende tekorten op de overheidbegroting in de meeste westerse landen niet veel goeds. De ervaring leert dat overheden vaak (en zeker in tijden van een morrend electoraat) de verleiding niet kunnen weerstaan om deze tekorten middels geldontwaarding te bestrijden in plaats van met de nodige begrotingsdiscipline.

Voor de meeste burgers is de sluipende ‘belasting’ door geldontwaarding meer aanvaardbaar dan belastingverhogingen en/of bezuinigingen op collectieve voorzieningen. Keer op keer is gebleken dat het doorbreken van een ingezette loon/prijs spiraal een strakke (opgelegde) discipline vereist die de autoriteiten op dat moment zeer impopulair maakt.

De kans dat de belangrijkste Westerse landen deze maatregelen op tijd en op een gecoördineerde wijze nemen, is klein. Het is niet ondenkbaar dat het bedrijfsleven een langere periode van monetaire instabiliteit ingaat, waarbij zelfs een (tijdelijke) volledige instorting van het geldsysteem tot de mogelijkheden behoort. Voor (vooral Westerse) bedrijven zou dat betekenen dat ze, in ieder geval tijdelijk, te maken hebben met een extreme vorm van 'business as unusual'.


BEDRIJFSSTRATEGIE

De meeste Westerse bedrijven hebben decennia lang niet of nauwelijks te maken gehad met een omgeving waarbij de kosten en opbrengsten langere tijd door turbulente inflatie een onvoorspelbaar karakter kregen. De ervaring van bedrijven die met succes hebben geopereerd in een langdurig inflatoire omgeving biedt belangrijke aanwijzingen voor bedrijven die zich willen voorbereiden op monetaire instabiliteit.

Zowel De Wit en Van Dyk (1996) als Swanson (2003) komen, op basis van interviews met top management van bedrijven die hun resultaat grotendeels in Zuid Amerika behalen, met aanbevelingen. De Wit en Van Dyk interviewen 40 managers uit Brazilië en Swanson 80 managers uit Argentinië, Brazilië en Bolivia. In beide gevallen zijn de maatregelen in vier categorieën onderverdeeld: 1. Financiële strategie 2. Marketing strategie 3. Productie strategie 4. Human resources strategie.


FINANCIËLE STRATEGIE

Bij de formulering van de financiële strategie wordt doorgaans rekening gehouden met de zogeheten time value of money. Bij de formulering van de strategie voor een inflatoire omgeving, speelt het besef van tijdswaarde een grote, doorslaggevende rol.

De volgende aanbevelingen zijn te destilleren uit de interviews:

1. Minimaliseer werkkapitaal. Omdat kasgeld in hoog tempo in waarde daalt, dient deze voorraad zo laag mogelijk te zijn. Het benodigde minimum dient belegd te worden in hoogrentende geldmarktinstrumenten of liquide goederen.

2. Versnel de incasso van uitstaande debiteuren.

3. Benut de situatie om een concurrentievoordeel te behalen. De Braziliaanse cash and carry vestigingen van de Franse keten Carrefour heeft systematisch haar prijzen onder de kostprijs gezet en dat nadeel meer dan gecompenseerd door de verkoopopbrengst te beleggen in hoogrentende instrumenten voordat zij haar leveranciers betaalde. Dankzij de lage prijzen won Carrefour marktaandeel en verhoogde de omloopsnelheid van kapitaal zonder de marges te hoeven verlagen.

4. Verhoog de frequentie en accuratesse van de dagelijkse managementinformatiestroom. Omdat inkoop en afzetprijzen zeer frequent aangepast moeten worden aan onvoorzien prijsveranderingen, is het van groot belang om snel de juiste beslissingen te kunnen nemen.

5. Intensiveer de relatie met meerdere banken. Regelmatig zullen banken (noodgedwongen) ‘nee’ moeten verkopen aan hun klanten doordat ook zij last hebben van de monetaire instabiliteit. Een effectieve diversificatie van goed onderhouden bankrelaties kan voor het bedrijf het verschil maken tussen succes of falen. De rol van de financieel manager voor het succes van de bedrijfsstrategie neemt in inflatoire omstandigheden sterk aan belang toe.

In de woorden van de Braziliaanse vestigingsmanager van de Amerikaanse papierproducent Champoin: ‘An excellent company with high-quality products and a lousy financial manager will end up in deep red figures. A company with inferior products and an excellent financial manager will show fantastic profits.’


MARKETING STRATEGIE

Als prijsveranderingen heftig zijn, is het management van Prijs van de 4P’s belangrijker dan de overige drie. Aanbevelingen:

1. Prijzen worden vaak bepaald in relatie tot de kostprijs. Bij de berekening van de kostprijs speelt de kwaliteit van het managementinformatiesysteem (genoemd bij financiele strategie maatregel 4) een doorslaggevende rol. Marketeers dienen acuut bewust te zijn van de constant veranderende kosten, inclusief investeringskosten die gemoeid gaan met de ontwikkeling en vervaardiging van nieuwe producten.

2. Het aanbieden van levering tegen uitgestelde betaling (verschaffen van leverancierskrediet) kan een onderscheidend concurrentievoordeel opleveren in moeilijke monetaire omstandigheden. Opnieuw vereist deze potentieel riskante strategie een goedwerkende managementinformatiesysteem.

3. Verkort de tijd tussen productie en levering. Het passeren van tussenschakels is in inflatoire omstandigheden potentieel nog winstgevender dan in normale omstandigheden.

4. Introduceer indexering in prijsafspraken met afnemers om zekerheid te krijgen over de reële verkoopopbrengst.


PRODUCTIE STRATEGIE

Aanbevelingen van productiemanagers die zich met succes aangepast hebben aan inflatoire omstandigheden:

1. Omdat kosten en opbrengsten aan plotselinge veranderingen onderhevig zijn, is kostencontrole cruciaal in het beschermen van de marges. Inkoopmanagers moet voldoende mandaat gegeven worden om snel en effectief te reageren op veranderende omstandigheden.

2. Simplificeer de producten. Inflatie holt de koopkracht uit. Er zal een neiging zijn om alleen te willen betalen voor de essentiële producteigenschappen. Een bijkomend voordeel van gesimplificeerde producten is dat lagere complexiteit het risico op miscalculaties in het productieproces vermindert

3. Verkort de benodigde ontwikkeling en productietijd aangezien hogere inflatie een opwaarts effect heeft op de time value of money.

4. Leg zonodig voorraden aan om te anticiperen op regelmatig voorkomende tekorten aan grondastoffen en halffabricaten als gevolg van het prijsverstorende effect van monetaire instabiliteit.


HUMAN RESOURCES STRATEGIE

In turbulente tijden is het aantrekken en vasthouden van goed personeel nog belangrijker dan anders. Aanbevelingen op dit gebied:

1. Verhoog de frequentie van de betaling van de lonen. Personeel krijgt de kans om de lonen sneller om te zetten in goederen en diensten voordat inflatie de koopkracht uitholt.

2. De kans op loonconflicten groeit naarmate de monetaire instabiliteit toeneemt. Effectief anticiperen op looneisen en constructief onderhandelen levert in deze omstandigheden een blijvend concurrentievoordeel op.

3. Ontwikkel secundaire arbeidsvoorwaarden, met name beloning die niet in geld worden uitbetaald. Voorbeelden zijn korting op de verkoop van eigen producten of diensten.

4. Geef personen in sleutelfuncties het mandaat om snel en adequaat te kunnen reageren op veranderende omstandigheden. Empowerment in plaats van controle en procedures zijn noodzakelijk om in onvoorspelbare omstandigheden succes te boeken.


Dankzij verschillende van deze maatregelen tijdig te nemen, hebben bedrijven met succes de turbulentie op de financiële markten het hoofd geboden. Het spreekt voor zich dat, afhankelijk van de specifieke omstandigheden, er verschillende accenten gelegd dienen te worden binnen het scala van potentieel effectieve maatregelen.


Fred Huibers is managing partner bij vermogensbeheerder Het Haags Effektenkantoor. Tevens is hij hoogleraar bedrijfsfinanciering en beleggingen bij de post-doctorale MBA opleidingen van de Universiteit van Tilburg.

Dafir Kramer is senior management consultant en eigenaar van DKSC, een consulting- en coachingbureau, gespecialiseerd in het faciliteren van bedrijven bij strategische beslissingen en het begeleiden van bedrijven bij strategische veranderingen.

Bob de Wit is directeur en oprichter van het internationaal opererende consultancybureau Strategy Works en van onderzoeks- en opleidingsinstituut Strategy Academy. Daarnaast is hij hoogleraar Strategic Leadership bij de faculteit Managementwetenschappen van de Open Universiteit Nederland. Tevens is De Wit lid van de Academic Council van de Parijse Ecole Nationale de Pont et Chaussees en lid van de Review Board van Strategic Management Society. De Wit is (mede)auteur van negen boeken en meer dan dertig artikelen en hoofdstukken in verzamelwerken.