De beursgang van Porche AG blijkt een succes, maar massaproductie gaat niet samen met exclusiviteit en dat is een risico.

Eind september 2022 ging Porsche naar de beurs in Frankfurt. Er waren 911 miljoen aandelen mee gemoeid, een knipoog naar het iconische model van het sportautomerk. Na de eerste notering bleek de Duitse onderneming, opgericht in 1931, ruim 75 miljard euro waard. Het belang dat naar de beurs is gebracht, had een waarde van 9,4 miljard euro – en was daarmee de grootste Europese beursgang in een decennium.

Volkswagen haalde – met beursgang en onderhandse verkoop – in totaal 19,5 miljard euro op. Daarvan wil het de helft uitkeren als speciaal dividend; de rest wordt gebruikt voor de noodzakelijke transitie naar elektrisch rijden, en voor de productie van autobatterijen. Porsche ging naar de beurs in wat – met wat understatement – niet het beste beursklimaat kan worden genoemd. Familiale besognes verklaren waarom de prijs van ondergeschikt belang bleek bij deze beursgang.

Vetorecht voor familie
Tot 2012 bezat de beursgenoteerde Porsche-beursholding het automerk, waarna het werd verkocht aan Volkswagen. Echter, daarmee waren de banden tussen de familie en het merk niet geheel doorgesneden. Immers, Volkswagen wordt gecontroleerd door de Porsche holding – met 31,4 procent van de aandelen én 53,3 procent van het stemrecht drukt de Porsche-holding nadrukkelijk haar stempel. Bij de beursgang verkocht Volkswagen dan ook een kwart van de aandelen van het automerk aan de Porsche-holding, wat de familie ook een vetorecht oplevert. Daarbij is Volkswagen topman Oliver Blume ook CEO van Porsche. Wat we zouden kunnen betitelen als een vrij bedenkelijke corporate governance… En een die de prijs van het aandeel Volkswagen – laten we het zo stellen - niet opwaarts stuwt.

Het bedrijf doet daar ook niet geheimzinnig over. Het aandeel Porsche daarentegen doet het meer dan voortreffelijk – gas erop! De officiële naam voor het debuterende beursfonds is Dr. Ing. h.c. F. Porsche AG, kortweg Porsche AG, en ging naar de beurs voor een prijs van 82,50 euro per aandeel. En de koers stond eind oktober 2022 boven de 95 euro. Stoelriemen vast! Daarmee is Porsche zowat net zoveel waard als de hele Volkswagengroep – dat nog merken bezit als Audi, Skoda, Ducati, Seat en Lamborghini. Volkswagen zelf geeft aan dat mogelijk Audi, en de Powerco-batterijdivisie beurskandidaten zijn.

Exclusiviteit hoger gewaardeerd
Porsche AG overklast in beurswaarde met gemak ‘rivaal’ Mercedes. Al zien ze bij Porsche liever een vergelijking met Ferrari. Echter, dat valt over de hele linie niet per se positief uit voor Porsche. Mercedes en Porsche zijn als het ware ‘massaproducenten’, terwijl Ferrari écht als luxemerk kan worden betiteld. In 2021 verkocht Ferrari 11.155 nieuwe auto’s, tegenover ruim twee miljoen auto’s die bij Mercedes de fabriek verlieten. Exclusiviteit wordt op de financiële markten hoger gewaardeerd – bij Ferrari 23 keer het brutobedrijfsresultaat, tegen 12 tot 13 keer bij Porsche en Mercedes.

Al doen ze bij Porsche nog zo hun best het merk als luxeproduct te positioneren – beleggers trappen er niet in. De verbreding van sportautomerk naar SUV’s is zeker interessant, maar hielp niet richting exclusiviteit. Toch blijft het snijvlak van luxe en massa interessant. Daarom produceert Porsche inmiddels ook ruim 300.000 auto’s per jaar. Het staat een ‘luxe premium’ in de weg, maar het haalt Mercedes strak links in. Het risico zit hem er niet in dat Porsche niet erg luxe is, maar dat het ‘gewoon’ wordt. Dan trappen beleggers fors op de rem. Ook dan: stoelriemen vast!


Door Leo van de Voort. Hij is bestuursadviseur bij Fuel for Living Strategies, voormalig directeur corporate finance Kempen & Co en co-auteur van het boek Risicovreugde.