Januari en februari zijn drukke maanden. U heeft veel te doen binnen weinig tijd. Beslissingen neemt u waarschijnlijk al voordat u beseft dat u een keuze heeft. Op intuïtie en emotie baant u zich door de werkdag heen en pas achteraf bedenkt u de argumenten voor uw gedrag.

Die werkelijkheid is heel anders dan het model van werken en beslissen zoals dat wordt onderwezen en onderzocht. Hierin wordt iedere belangrijke keuze opgemerkt, worden mogelijkheden en consequenties in kaart gebracht en afgewogen vanuit verschillende perspectieven. Pas daarna volgt een oordeel en een intentie, die vervolgens bijna vanzelfsprekend leidt tot handelen. Kahneman, Nobelprijswinnaar in Economie, noemt dit in zijn boek ‘Thinking, Fast and Slow’ (‘Ons feilbare denken’) het ‘Slow’ denken. 

Slow denken verschilt van ‘Fast’ denken omdat het meer doelbewust en logisch is. Volgens Kahneman werken we vooral intuïtief en emotioneel en minder doelbewust en logisch. Dat snelle werken doen we met onbewuste verhalen waarmee wij betekenis geven aan onszelf en ons handelen. Patronen in die verhalen vormen onbewuste prototypes voor acties. Mogelijk hebben we de basis van die patronen ooit bewust aangeleerd, maar nu is het een impliciet geloof geworden over hoe de wereld in elkaar zit. Zo lang de wereld maar voldoet aan verwachtingen, stellen we geen vragen over dit geloof. U staat er niet bij stil of iets (nog) ethisch is en u werkt door zoals u steeds heeft doorgewerkt. Een eventueel vaag signaal dat er ‘iets’ schuurt, negeert u.

Dit werken via onbewuste patronen is een probleem voor ethisch handelen. Want het onderwijzen en trainen van ethiek werkt met bewuste patronen. U wordt bij een ethiek workshop immers uit uw dagelijkse werkomgeving gehaald en krijgt een casus voorgelegd die duidelijk ethisch is. Alle relevante informatie wordt aangeleverd en de uitkomsten hebben geen consequenties voor u. Samen met anderen mag u een intentie formuleren die iemand anders uit zou kunnen gaan voeren. Tijdens zo een slow moreel beraad komt u dan ook vaak tot verantwoorde intenties, want u weet wel wat het juiste is om te doen wanneer u er over nadenkt. Maar neemt u in de dagelijkse praktijk wel tijd om er over na te denken?

Mocht het beeld zijn ontstaan dat ‘Fast’ denken onwenselijk is, dan was dat niet de bedoeling. Wanneer alles nieuw is en over ieder detail bewust een nieuwe keuze gemaakt moet worden, is dat erg uitputtend. Het is echter verstandig om te onderkennen dat we bij Fast werken in onze oude patronen vervallen en we zonder kritische vragen het dominante beeld van onze omgeving volgen. Wanneer u uw professionele robuustheid vorm wilt geven, is het zaak om uw omgeving zo be-moed-igend mogelijk in te richten. Schrijf bijvoorbeeld uw waarden op Post-Its, hang een afbeelding die voor u moed uitbeeldt of maak ‘Sapere aude’ tot uw screensaver. ‘Nudge’ uw eigen onderbewuste de ethische kant op, zodat uw professionele trots ook in uw dagelijks doen zichtbaar wordt.

Ik hoop dat het bovenstaande u uitnodigt om vaker tijdens het werk achterover te leunen, een ommetje te maken of een rookpauze te nemen zonder sigaret. Go Slow! 

Marion Smit is docent en onderzoeker bij de Hogeschool van Amsterdam. Zij geeft les in Afstuderen en Loopbaancoaching. Haar promotieonderzoek richt zich op de verhalen over ‘morele moed’ (professionele weerbaarheid) van Business Controllers; hoe bedreigend is de sociale omgeving en wat zijn bemoedigende factoren? Daarnaast geeft zij workshops Ethiek en treedt zij op als dagvoorzitter.