RJ publiceert nieuwe editie Richtlijnen

De Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) heeft afgelopen maand editie 2008 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving voor grote- en middelgrote rechtspersonen gepubliceerd. De aangepaste en nieuwe definitieve richtlijnen zijn van toepassing op verslagjaren die beginnen op of na 1 januari 2009.

Daarnaast zijn nieuwe ontwerp-Richtlijnen opgenomen. Hier vindt u de belangrijkste aangepaste en nieuwe definitieve richtlijnen.

 

Gebeurtenissen na balansdatum
De RJ bepaalt dat preferent dividend als een verplichting per balansdatum wordt opgenomen indien op basis van statutaire bepalingen bij voldoende vrij uitkeerbaar vermogen preferent dividend moet worden uitgekeerd en er voldoende vrij uitkeerbaar vermogen uit de balans blijkt.

Bij een balans voor winstbestemming is het niet passend om het te betalen preferent dividend in mindering te brengen op de agioreserve of de overige reserves want daarmee lijkt het alsof de winstbestemming wel is verwerkt. Daarom moet het te betalen dividend in dit situatie afzonderlijk als negatieve post binnen het eigen vermogen worden gepresenteerd.

 

Aanpassing verwerking negatieve goodwill
Naar aanleiding van de wetswijziging van Titel 9 BW 2 in 2005 heeft de RJ een ‘spiegelbeeld principe’ geïntroduceerd, waarbij negatieve goodwill naar analogie van positieve goodwill werd verwerkt. De RJ heeft echter geconstateerd dat dit principe niet in alle gevallen leidt tot logische uitkomsten.

Ook werden de regels in de praktijk als complex ervaren. Daarom zijn nu nieuwe bepalingen opgenomen voor de verwerking respectievelijk de toelichting van negatieve goodwill. In feite sluiten deze bepalingen weer aan bij de situatie van voor 2005, met dien verstande dat negatieve goodwill als gevolg van een ‘lucky buy’ geen onderdeel uitmaakt van het eigen vermogen.

Negatieve goodwill moet als een afzonderlijke overlopende passiefpost worden opgenomen. Voor zover negatieve goodwill verband houdt met op balans voorzienbare en betrouwbaar te schatten toekomstige verliezen en lasten, maar die op de overnamedatum nog geen identificeerbare verplichting vormen, wordt deze ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht in de perioden waarin deze verliezen en lasten zich voordoen.

Indien negatieve goodwill geen verband houdt met dergelijke verliezen en lasten (ook wel ‘lucky buy’ goodwill genoemd) wordt deze als volgt ten gunste van het resultaat gebracht:

• Het gedeelte van de negatieve goodwill dat niet hoger is dan de reële waarde van identificeerbare niet-monetaire activa (bijvoorbeeld materiële vaste activa, immateriële vaste activa) wordt stelselmatig ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht naar rato van het gewogen gemiddelde van de resterende gebruiksduur van de verworven afschrijfbare activa.

• Een eventueel restant wordt onmiddellijk ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Jaarverslag ism KPMG