Wie gaat er met de buit vandoor? Zo luidde heel lang de vraag met betrekking tot de overname van ABN Amro. Naarmate de maanden vorderden leek de koek steeds dikker te worden en het spel steeds creatiever. Zou het Barclays worden, dat eind april al samen met ABN Amro de fusieplannen kenbaar maakte? Of het consortium met consortiumleider Royal Bank of Scotland, Fortis en Santander? Deze mochten - op aandringen van de aandeelhouders - tenslotte ook nog een bod uitbrengen.

ABN Amro had voor de aangekondigde fusie met Barclays immers geen toestemming gevraagd aan de aandeelhouders en werd om die reden teruggefloten. Intussen ging ABN Amro stug door met het losweken van de Amerikaanse zakenbank LaSalle om deze - aldus de eerder gemaakt afspraak met Barclays - te verkopen aan Bank of America. Barclays zou de rest overnemen. Het consortium bedacht vervolgens een list en bracht eveneens een bod uit op La Salle om zodoende de geplande verkoop aan Bank of America tegen te houden.

Kwetsbaar
En zo ontstond er langzaam maar zeker een steeds ingewikkelder spel rondom deze geplande fusie. ABN Amro leek steeds verder weg te zakken in het drijfzand dat zich rond haar ooit vastberaden enkels vormde. Met alle gevolgen voor de business van dien. Want zodra onzekerheid te lang duurt en de gevolgen per dag niet te overzien zijn, weten mensen niet meer waar ze aan toe zijn. En dat geldt niet alleen voor de medewerkers, maar ook voor de klanten.

'Slechts tientallen klanten hebben hun relatie met de bank opgezegd als gevolg van de fusieperikelen', zo liet ABN Amro de buitenwereld geruststellend weten. Nog even los van het feit of we deze cijfers serieus moeten nemen, is en blijft een bank in dit soort situaties uiterst kwetsbaar. Die 'tientallen' klanten kunnen eenvoudig honderden worden en honderden kunnen duizenden worden. Zodra mensen onraad ruiken, is er niet veel voor nodig om ze in actie te krijgen. Dat zou desastreuze gevolgen kunnen hebben.

In Engeland zouden dit soort uit de hand lopende situaties niet voor kunnen komen. Daar fungeert het zogenaamde take over panel als waakhond en scheidsrechter in openbare fusie- en overnamegevechten. Put up or shut up, zo  luidt daar de stelregel. Met andere woorden: wie te lang dreigt met het uitbrengen van een bod, zonder daarbij de daad bij het woord te voegen, krijgt een duidelijke waarschuwing. Ofwel nú een bod uitbrengen, ofwel een half jaar niet meer bieden. Ook de Amerikanen weten dit heel aardig te verwoorden: shit, or get off the pot. En zo is het.

Maarten Vijverberg, partner bij Boer & Croon Corporate Finance+.