Medewerkers met een salaris van meer dan een ton hoeven er vanaf 2015 helemaal niet op achteruit te gaan. Dat stelt Jeroen Tuijp, actuaris en partner bij Edmond Halley. De recente berichten over enorme pensioenschade in de media kloppen alleen als geen rekening wordt gehouden met kostenloze compensatie door de werkgever en het gebruiken van de vrijvallende premie voor andere financiële instrumenten.


“Een lagere pensioenopbouw bij de werkgever, betekent ook een lagere premie en dus een verslechtering van arbeidsvoorwaarden”, zegt Tuijp. “Arbeidsrechtelijk heeft de werknemer in principe recht op compensatie hiervan. De werkgever heeft hier ook ruimte voor vanuit de deels vrijvallende premie. Deze kan gebruikt worden om de pensioensituatie te repareren.”

Kansen
Maar dat gebeurt niet vanzelf en de handigste aanpak kan per medewerker variëren, zegt Tuijp. “Hier zit veel advieswerk in, het gaat immers om individueel maatwerk.” Wie dat gaat betalen, zullen werkgevers en werknemers in overleg moeten bezien, zegt Tuijp. “De werkgever kan het inpassen in zijn totale beschikbare budget.”

Pensioenschade
Diverse grote advieskantoren vroegen recent aandacht voor pensioenschade bij grootverdieners. Een van deze bureau’s kwam met het volgende voorbeeld: vanaf 1 januari 2015 bedraagt de jaarlijkse pensioenschade ongeveer € 24.000 per jaar voor iemand van 45 jaar bij een gemiddelde pensioenregeling en een salaris van € 150.000.

Gunstiger
Edmond Halley gebruikt dezelfde uitgangspunten, maar dan om te illustreren hoe de pensioencompensatie gunstig kan uitvallen. Het premievoordeel door het lagere basispensioen wordt gebruikt voor compensatie via twee andere middelen, te weten een nettopensioen faciliteit bij de werkgever en door het restant van de pensioenpremie te sparen tegen een nettorendement van 3 procent. Voor het nabestaandenpensioen en de arbeidsongeschiktheidsdekkingen kan de werkgever netto aanvullende voorzieningen treffen. De totale kosten om voor het op peil houden van deze voorzieningen zijn vergelijkbaar met de huidige kosten, zegt Edmond Halley.
 
  
Tuijp: “In dit geval zie je dat de betreffende voorbeeldpersoon er wat betreft netto besteedbaar pensioeninkomen zelfs op vooruit gaat, ondanks een verlaagd bruto pensioen. Daarbij levert hij niet in op arbeidsongeschiktheidsvoorziening of nabestaandenpensioen. Het is weliswaar geen exacte kopie van de oude situatie en er zitten heus enkele nadelen aan maar ook voordelen. Hoe dit uitwerkt voor andere situaties hangt af van de individuele situatie van de betreffende werknemer.”

Hoe dan ook gaat er voor grootverdieners per 1 januari aanstaande veel veranderen op pensioengebied. De impact op de aftopping van het pensioengevend salaris op 100K is in beginsel fors, maar door slim gebruik te maken van het vrijvallende budget kunnen uiteindelijk zelfs betere resultaten worden verkregen.