Wees gerust, dit is geen artikel uit een kookboek dat per ongeluk in financieel management is terechtgekomen. Hoewel, er bestaat een parallel tussen koks en boekhouders. Allebei moeten uit een hoeveelheid ingrediënten een smakelijke gerecht produceren, zonder hun vakmanschap krijg je een smakeloos gerecht.

Dit artikel gaat echter over een metafoor die in ons bedrijf wordt gebruikt en vooral in strategiesessies ons helpt op de rails te blijven. Een metafoor die vastgelopen bijeenkomsten weer los krijgt en licht instraalt zodat iedereen toch weer opgewekt naar huis gaat.

Je kent ze wel die bijeenkomsten waar de deelnemers rondom bepaalde onderwerpen zich schiften in voorstanders en tegenstanders. De voorstanders schetsen interessante visies die keurig worden onderbouwd met argumenten. Je kunt dan wachten op de tegenstanders die de contra-argumenten feilloos op sommen. Een goed opgebouwd betoog van de voorstander verliest dan zijn charme omdat de overige deelnemers heel goed aanvoelen dat de tegenstanders met de voorgespiegelde haken en ogen, voetangels en mijnen weinig aanlokkelijk punten scoren. Zo loopt menig interessante strategie discussie vast, iedereen doet een plas en alles blijft zo als het was.

In ons bedrijf hadden we ook dit soort discussies over strategie. Het spitste zich dan toe op keuzes maken over toegevoegde waarde. We moeten ons immers focussen op toegevoegde waarde. Voordat zo’n discussie zin heeft moet er huiswerk worden gemaakt. Als financieel manager ben je de aangewezen man: in de stoffige magazijnen van het datawarehouse voel je je thuis. Als enige in het bedrijf weet je daarin de weg te vinden. Nog belangrijker: je bent in staat om betrouwbare overzichten te maken. Daarom wordt er ook naar je geluisterd. Terug naar de strategie discussie. Met jouw informatie komt de vergadering tot de conclusie dat er markten zijn waar het bedrijf weinig of niets aan verdient, en verassend, markten waar goed aan wordt verdiend. En dan begint de ellende. Zet er een consultant bij en je krijgt een voorspelbare uitkomst. De bedrijfsonderdelen met veel toegevoegde waarde (we noemen ze specialties) moeten hard gaan groeien ten koste van de bedrijfsonderdelen met weinig of geen toegevoegde waarde (de bulkbusiness).

Laat in ons bedrijf dat laatste bedrijfsonderdeel nou het grootst zijn (voor insiders: de onderdelen die zich richten op de aanbestedingsmarkt). In ons bedrijf kreeg een strategiesessie door een ‘bruggenbouwer’ een onverwachte wending. Hij betoogde dat de specialties niet zonder de bulk kunnen. Hij vergeleek het met pap en krenten. Zonder pap heb je niets aan de krenten.
Sindsdien lopen de strategiesessies een stuk relaxter. Natuurlijk willen wij meer krenten, daar focussen wij ons ook op. Maar de pap staat niet meer ter discussie, die hebben wij nodig voor de krenten.

Hoe gaat het in jullie bedrijf: ook pap en krenten?
Een volgende keer wil ik jullie wel iets meer vertellen over de krenten.

Bert Moser is financieel directeur van Unica Installatiegroep. Unica is een landelijk werkende installateur met 16 vestigingen en 1600 medewerkers.