Op aandelen gebaseerde betalingen

De RJ heeft besloten een aparte Richtlijn uit te brengen voor de verwerking, waardering, presentatie en toelichting van op aandelen gebaseerde betalingen. Naast aandelenoptieregelingen voor personeel, voorheen onderdeel van RJ 271 'Personeelsbeloningen', behandelt de Richtlijn ook op aandelen gebaseerde betalingen voor transacties anders dan met personeel.

Belangrijkste punten uit deze nieuwe richtlijn zijn:

• Toepassinggebied: van het toepassingsgebied zijn transacties met aandeelhouders, fusies en overnames en (inbreng) transacties tussen ondernemingen onder gemeenschappelijke leiding (inclusief inbrengtransacties bij oprichting) uitgesloten.

Daarnaast vallen transacties waarbij rechtspersonen goederen of diensten ontvangen of afnemen op grond van een contract waarop RJ 290 ‘Financiële Instrumenten’ van toepassing is buiten de reikwijdte van deze richtlijn.

• Verwerking: ontvangen goederen en diensten uit een op aandelen gebaseerde betaling dienen verwerkt te worden op het moment dat deze goederen worden verkregen of diensten worden verleend.

Afhankelijk van het feit of deze betalingen worden afgewikkeld in eigen-vermogensinstrumenten (veelal aandelen) van de onderneming of in liquide middelen wordt het eigen vermogen of een verplichting gecrediteerd.

• Waardering: transacties die worden afgewikkeld in aandelen worden gewaardeerd op basis van de reële waarde van de ontvangen goederen of diensten op de waarderingsdatum. Indien de reële waarde niet betrouwbaar kan worden vastgesteld, wordt de transactie gewaardeerd tegen de reële waarde van de aandelen.

Waardeveranderingen na de waarderingsdatum worden niet verwerkt. Bij afwikkeling in liquide middelen worden de ontvangen goederen of diensten (en de verplichting) gewaardeerd tegen de reële waarde van de verplichting. Op iedere balansdatum en op de afwikkelingsdatum wordt de reële waarde van de verplichting herzien, waarbij eventuele verschillen worden verwerkt in de winst- en verliesrekening.

• Verwerking – transacties met personeel: anders dan bij transacties met anderen dan personeel, kan de onderneming aan transacties met personeel voorwaarden verbinden. Hierbij worden prestatiegerelateerde en prijsgerelateerde voorwaarden onderscheiden:

Bij prestatiegerelateerde voorwaarden dient de waarde van de op aandelen gebaseerde betaling lineair te worden toegerekend aan de perioden waarin de prestaties worden verricht. Voor de omvang van de op aandelen gebaseerde betaling wordt uitgegaan van de best mogelijke schatting.

Deze schatting wordt tot aan het moment dat aan de prestatiegerichte voorwaarden is voldaan op elke balansdatum herzien. De lineaire toegerekende waarden en de verschillen uit hoofde van de periodieke herziening worden als onderdeel van personeelskosten in de winst- en verliesrekening opgenomen.

Bij prijsgerelateerde voorwaarden wordt rekening gehouden bij de bepaling van de waarde van de op aandelen gebaseerde betaling. Wijziging in deze voorwaarden worden tussentijds niet verwerkt.

- Toepassing waarderingsgrondslagen: aandelenopties kunnen zowel op basis van reële waarde als op basis van intrinsieke waarde worden verwerkt.

- De reële waarde van een op aandelen gebaseerde betaling dient te worden gebaseerde betaling dient te worden bepaald op basis van marktprijzen of, als deze niet beschikbaar is, met behulp van waarderingstechnieken.

Indien de onderneming gebruik maakt van een intern waarderingsmodel voor financiële instrumenten kan dit ook worden gehanteerd om de reële waarde van de betreffende op aandelen gebaseerde betalingen te bepalen.

- De intrinsieke waarde van een aandelenoptie moet worden bepaald als het positieve verschil tussen de reële waarde van het onderliggende aandeel en de uitoefenprijs. Elke verandering in de intrinsieke waarde op iedere balansdatum en de afwikkeldatum wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.


Overige wijzigingen

• De kwantitatieve criteria ter bepaling van de grens voor vermelding van actuele waarden in de toelichting zijn vervangen door een meer ‘principles based’ benadering. De actuele waarde dient vermeld te worden als dit voor het wettelijke vereiste inzicht in de jaarrekening noodzakelijk is.

• In RJ 240 ‘Eigen Vermogen’ wordt een alternatieve verwerkingswijze gegeven voor een waardemutatie van de post Deelnemingen als gevolg van herwaardering van activa van de deelneming.

Naast verwerking de herwaarderingsreserve, wat voorheen was voorgeschreven, wordt de mogelijkheid gegeven om de waardemutatie aan te merken als een rechtstreekse vermogensvermeerdering waarop de bepalingen van artikel 2:389 BW (reserve ingehouden winsten deelneming) van toepassing zijn.

De eerste verwerkingswijze is gebaseerd op het gezichtspunt dat de deelneming wordt beschouwd als samenstel van activa en passiva, terwijl bij de tweede verwerkingswijze het uitgangspunt is dat de deelneming een ongedeeld actief is.

• Aan RJ 271 ‘Personeelsbeloningen’ is een bepaling toegevoegd die het mogelijk maakt om in een jaarrekening op basis van Nederlandse verslaggevingsgrondslagen de verslaggeving voor pensioenen te baseren op IAS 19. Deze vrijstelling geldt voor ondernemingen die voor interne of externe doeleinden IFRS of EU IFRS toepassen. Een dergelijke bepaling bestond al langer voor US GAAP.

 

Bron: Tijdschrift Financieel Management: Jaarverslag ism KPMG