Ontslaguitkeringen blijven mogelijk

Staatssecretaris Wijn heeft gisteren met een persbericht een nadere toelichting gegeven op zijn besluit van 26 mei over ontslagvergoedingen.

Er is geen sprake van extra 26% belastingheffing voor werknemers zoals op 1 juni in kranten te lezen was. Het besluit van 26 mei heeft geen gevolgen voor ontslagvergoedingen die gebruikt worden om de periode tussen 2 banen te overbruggen, zoals bij bijvoorbeeld reorganisaties doorgaans het geval is. De werkgevers betalen wel een extra heffing van 26%, als de gouden handdruk eigenlijk een VUT-regeling is. De bedoeling van het besluit van 26 mei was werkgevers meer duidelijkheid te verschaffen in welke gevallen zij in ieder geval niet belast worden met een extra heffing. Wanneer bijvoorbeeld alle werknemers van een bedrijf worden ontslagen zal het niet moeilijk zijn om bij de inspecteur aannemelijk te maken dat het doel van de regeling reorganisatie en niet vervroegde uittreding is. Terwijl bij een regeling waarbij alle werknemers van 58 jaar en ouder worden ontslagen het veelal duidelijk zal zijn dat er eigenlijk sprake is van een VUT-regeling. Ontslagvergoedingen komen vaak tot stand op basis van de kantonrechtersformule (uitgangspunt in deze formule is één maandsalaris per dienstjaar). Vrijwel al deze ontslagvergoedingen zijn op basis van het besluit geen VUT-regeling en zullen dus niet extra belast worden. Ontslaguitkeringen kunnen nog steeds worden vastgesteld volgens de kantonrechtersformule. De stamrechtvrijstelling als zodanig blijft bestaan. Het besluit geldt voor regelingen die na 26 mei 2005 tot stand komen. Regelingen die voor die datum tot stand zijn gekomen, waarbij ontslag in 2005 plaatsvindt, worden niet getroffen door de extra heffing. Belang voor de praktijk? Het besluit bevat geen nieuwe regelgeving, maar dient slechts tot verduidelijking van bestaande wetgeving. Dat is prettig voor de praktijk. Naar aanleiding van krantenberichten was het kennelijk nodig ons dit via een persbericht nog eens extra duidelijk te maken!