Bijna 71 procent van de ondernemers verwacht een positief bedrijfsresultaat te hebben geboekt voor 2021. Dit meldt het CBS.

Een jaar geleden was dit voor 2020 ruim 62 procent. Binnen het grootbedrijf (250 of meer werkzame personen) verwacht meer dan drie kwart van de ondernemers een positief resultaat te hebben geboekt in 2021, tegenover bijna 70 procent in het mkb (5 tot 250 werkzame personen). Bijna 12 procent van de ondervraagde ondernemers verwacht rode cijfers te schrijven over 2021. Een jaar geleden schatte ruim 18 procent verlies te hebben gemaakt in 2020.

In de bouw verwachten de meeste bedrijven winstgevend te zijn geweest in 2021, bijna 84 procent. Ook voor 2020 was de bouw de bedrijfstak met verreweg het hoogste aandeel bedrijven met een verwacht positief resultaat. Voor de horeca en cultuur, sport en recreatie is dit percentage voor beide jaren het laagst van alle bedrijfstakken. Wel gaan voor 2021 in deze bedrijfstakken meer ondernemers uit van een positief bedrijfsresultaat dan voor 2020. 

In de cultuur, sport en recreatie verwacht bijna 40 procent van de bedrijven een positief resultaat voor 2021, terwijl dit voor 2020 ongeveer 13 procent was. Ook binnen de horeca steeg het aantal positieve ondernemers, al verwacht bijna 40 procent van de horecaondernemers 2021 met verlies te hebben afgesloten. Voor cultuur, sport en recreatie is dit ruim 33 procent. In de delfstoffenwinning verwachten begin 2022 flink meer ondernemers een winstgevend jaar achter de rug te hebben dan een jaar eerder. Alleen bij de verhuur en handel van onroerend goed en de landbouw, bosbouw en visserij daalde het percentage ondernemers dat een positief bedrijfsresultaat verwacht licht.

Ondernemers hadden in 2021 te maken met kostenstijgingen als gevolg van onder andere prijsstijgingen in energie en grondstoffen. Het grootste deel van de ondernemers kan deze kostenstijgingen voor ten minste een klein deel doorberekenen aan hun klanten. Bijna 5 procent zegt de kostenstijgingen volledig te kunnen doorberekenen, meer dan 10 procent geeft aan dat dat helemaal niet kan. In de bedrijfstak verhuur en handel van onroerend goed is het aandeel ondernemers dat de kosten helemaal niet kan doorberekenen met meer dan de helft van de ondernemers het hoogst. Ook binnen cultuur, sport en recreatie, de delfstoffenwinning en de landbouw, bosbouw en visserij zeggen relatief veel ondernemers verhoogde kosten niet door te kunnen berekenen. Binnen de industrie was dit percentage met ruim 4 procent het laagst.