Onbekend regresrecht jaagt werkgever onterecht op kosten

Stel je voor: één van de medewerkers binnen jouw organisatie speelt in het weekend een voetbalwedstrijd. Geen ongewone situatie. Wat minder voorkomend: een tegenstander schept hem en hij wordt vol op zijn scheenbeen geraakt. De medewerker loopt een botbreuk op en is een tijd uit de running…


Of: terwijl een van je medewerkers stilstaat voor het stoplicht, remt een achteropkomende auto te laat en botst op de auto van de medewerker. Ook hier is de persoon in kwestie maanden uit de roulatie door de lichamelijke klachten veroorzaakt door het ongeval.

De vervelende gevolgen voor de werknemer zijn overduidelijk, maar ook de werkgever wordt hierbij benadeeld. Afhankelijk van de ernst van de situatie zit de werknemer ziek thuis, duurt het even voordat hij of zij weer volledig aan de slag kan en wellicht zijn er tijdelijke aanpassingen nodig wat betreft werkzaamheden of werkplek. Veel Nederlandse werkgevers zijn zich er niet van bewust dat in dit soort situaties, waarbij een derde verantwoordelijk is voor het ongeval, de financiële schade te beperken is door het zogenaamde regresrecht. Dit recht stelt de werkgever in staat om verzuimkosten te verhalen op de partij die aansprakelijk is voor het verzuim van de werknemer.

Dit stelt Mick Netiv, directeur bij HR-risk consultant Robidus. Hij is gespecialiseerd in het verlagen van HR-kosten, beperken van werkgeverspremies, het beheersen van schade en voorkomen van risico’s.

Het kostenplaatje
Na het ongeluk heeft de werkgever te maken met verzuimschade, die kan oplopen tot tienduizenden euro’s. Een concrete rekensom ter indicatie: om precies te zijn is de werknemer uit het voetbalvoorbeeld vijf maanden uit de running. De werkgever heeft volgens de cao een loondoorbetalingsplicht van 100 procent gedurende deze vijf maanden. De werknemer verdiende €2.040,00 per maand, waardoor de teller van de loonschade opliep tot €10.200,00. Maar helaas bleef het hier niet bij. Omdat de medewerker niet in staat was om zelf auto te rijden en dus op eigen gelegenheid naar het werk te komen, zijn er ook vervoerskosten gemaakt (taxiritten van ruim €500,00). Ook is er tijdelijk een aangepaste werkplek ingericht.

Al met al een flinke kostenpost voor de werkgever. En ondanks dat niet iedereen jaarlijks met een ongeluk te maken krijgt, staat deze situatie niet op zichzelf. In 2011 waren er bijvoorbeeld 1,6 miljoen sportblessures en 380.000 verkeersongevallen, waarvan het aannemelijk is dat een groot deel van deze ‘slachtoffers’ werkzaam is. Sportblessures zorgden bijvoorbeeld al voor 840 miljoen aan verzuimkosten. Een deel hiervan is te wijten aan derden. Het loont dus om bij een ongeval na te gaan of er een derde partij bij betrokken was. Een kleine moeite, terwijl dit kan betekenen dat niet de werkgever, maar de derde partij opdraait voor de loonschade en de eventuele re-integratiekosten.

De kaders van het regresrecht
Dat degene die een ongeval veroorzaakt ook opdraait voor de kosten lijkt logisch, maar heeft toch nog wel wat voeten in de aarde. Voordat een werkgever gebruik kan maken van het regresrecht, moeten een aantal zaken helder zijn. De aansprakelijke wederpartij moet getraceerd zijn, waarna de aansprakelijkheid uitgezocht en vastgesteld wordt. Daarna draait het om het (medische) causale verband tussen de toedracht en de arbeidsongeschiktheid. Ten slotte moet de schade worden berekend om de vordering in te kunnen dienen. Afhankelijk van de complexiteit van de zaak en de belangen van verschillende partijen, komt het voor dat de procedure zich voortzet in de rechtbank.

De schade voor een werkgever kan behoorlijk oplopen, dus ook de winst bij een dergelijke procedure kan echt de moeite waard zijn. Dit geldt ten eerste voor de loondoorbetalingsplicht, terwijl de werknemer hiervoor geen arbeid kan verrichten. Het gaat hier om een periode van maximaal 104 weken, minimaal 70 procent van het salaris. Daarnaast kunnen ook redelijke re-integratiekosten verhaald worden.

In het slechtste geval kan de werknemer niet meer (volledig) aan het werk. Bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid, waarbij de werknemer na 104 weken ziekte een WGA uitkering ontvangt, wordt de werkgever nog eens extra benadeeld. Elk WGA-geval binnen een bedrijf leidt tot een premiestijging die tien jaar kan duren. Mits er met succes loonregres is geclaimd, kan ook hiervoor een verzoek tot regrescompensatie worden ingediend. Hetzelfde geldt voor de stijging van een private verzekeringspremie, wanneer de werkgever eigenrisicodrager is.

De baten van het opstarten van een regresprocedure kunnen dus zeker opwegen tegen de kosten. Wanneer een medewerker betrokken is bij een ongeval en hierdoor verzuimd, is het aan te raden om standaard na te gaan of er een derde partij bij betrokken was. Denk bijvoorbeeld aan de aankomende wintersportperiode, waarbij het zomaar zou kunnen gebeuren dat een medewerker geblesseerd raakt door toedoen van een andere skiër. Daarnaast kan een werkgever tot maximaal vijf jaar na het ongeval nog starten met een loonregres-procedure, dus het is de moeite waarde de archieven nog eens na te kijken.

Wanneer een werknemer betrokken raakt bij een ongeval door toedoen van derden, is dit in alle opzichten heel vervelend. Wanneer werkgevers echter bewust zijn van de mogelijkheden binnen het regresrecht, kan de financiële pijn beperkt blijven.