De negatieve impact van 'walking dead' bedrijven

'Walking dead'-bedrijven verstoren nuttige prijsvormingsmechanismen en zijn slecht voor economische groei.

Doordat zowel de vraag naar als het aanbod van goedkope bedrijfsleningen fors is toegenomen, is het aantal ‘walking dead’-bedrijven dramatisch gestegen. Dat is niet goed voor economische groei, omdat zieltogende bedrijven concurreren met gezonde bedrijven bij het verwerven van kapitaalgoederen, bedrijfsruimte, ed. Op zich zorgen ‘walking dead’-bedrijven er ook voor dat de werkloosheid laag is doordat ze werknemers in dienst hebben – maar op de langere termijn is dat geen goede zaak, omdat het gaat om banen die uiteindelijk geen bestaansrecht hebben. Die ontslaggolf komt er ook nog aan.

Zo verstoren ‘walking dead’-bedrijven op velerlei wijze nuttige prijsvormingsmechanismen.

Verder zijn zij ook een symptoom van zwakke plekken in de bankwereld – zwakke banken zijn geneigd om rotte leningen van zwakke bedrijven steeds te verlengen, met de hoop op wat rentebetalingen. Op het moment dat bedrijven omvallen, moeten banken fors afschrijven op deze rotte leningen. Ik maak me zorgen over de systeemrisico’s van dit type leningen. En ik maak me zorgen over het systeemrisico van deze veelheid aan zombiebedrijven. Nu nog niet heel zichtbaar – en ‘corona kredieten’ verbergen deze bedrijven nog wel heel even. Maar als het coronavirus wegebt, steken de ‘walking dead’-bedrijven de kop op. En dat moment is aanstaande.

Want leuker gaan ze het niet meer maken, bij de belastingdienst. En makkelijker zal het ook niet worden… Vele duizenden bedrijven gaan bezwijken onder hun torenhoge belastingschuld die ze in tijden van de coronacrisis hebben opgebouwd. Het afgelopen jaar heeft het bedrijfsleven massaal gebruik gemaakt van uitstel van belasting – uitstel, en dat is géén afstel. De collectieve belastingschuld bedraagt circa 13 miljard euro.

Voeg daarbij dat eigenlijk de directe invloed van de coronacrisis op de kasstromen tanende is – veeleer staat die onder druk door torenhoge (en oplopende) schulden, en onvoldoende managementkwaliteiten bij de bedrijven onder druk om dit nog te kunnen mitigeren. Verdienmodellen kraken, en balansen navenant.

En deze druk is breed – een veelheid aan sectoren wordt er doorgeraakt: retail, horeca, cultuur, groothandel, recreatie. En deze druk is diep – van eenmanszaken tot bedrijven met minder dan tien werknemers, maar ook duizenden bedrijven met vijftig werknemers of (veel) meer. En als dat omgaat vallen dan raakt het ook klanten en leveranciers. De nood is hoog.

De ‘brede’ definitie van zombiebedrijven – de ‘walking dead’ - stelt dat de winst van ondernemingen gelijk is aan of lager dan de rentebetalingen (laat staan de aflossingsverplichtingen). Een andere definitie werkt met de Q-ratio, die aangeeft dat de vervangingskosten van de activa van een bedrijf hoger zijn dan de marktwaarde.

Waar het in ieder geval op neerkomt is dat de kasstroom in funeste mate tekort schiet om levensvatbaar door te gaan. Ze zijn pas van waarde als ze omvallen – en hun assets voor een fractie van de waarde verworven kunnen worden door gezonde bedrijven – met een écht toekomstperspectief (lees: gezonde kasstroom).

De geschiedenis herhaalt zich eerst als tragedie en dan als klucht, zei Karl Marx eens. De vraag is: als dit de tragedie wordt, wat is dan straks de klucht?!

Door Leo van de Voort. Hij is bestuursadviseur bij Fuel for Living Strategies, voormalig directeur corporate finance Kempen & Co en auteur van het boek Vensters op waarde.