Hoe kan het vertrouwen in het bedrijfsleven bij beleggers en andere partijen worden hersteld? Door de 'transparantie' te bevorderen, althans dat is de leidende gedachte achter alle nieuwe Corporate Governance-wetten en regels. Maar die transparantie is ver te zoeken.

Voor de niet-ingewijde leek lijken ze wel in geheimtaal opgesteld: IFRS, SOX, de code-Tabaksblat en al die andere Corporate Governance-wetten en regels. Terwijl de bedoeling erachter eigenlijk heel eenvoudig is. Het vertrouwen in het bedrijfsleven is geschonden door 'Enron' en de andere boekhoudschandalen. Om dat vertrouwen te herstellen, moet het bedrijfsleven transparanter worden. Hoe duidelijker is wat bedrijven nu eigenlijk presteren en welke activiteiten nu eigenlijk plaatsvinden, hoe beter beleggers, commissarissen, overheden en andere partijen hier toezicht op kunnen houden en desgewenst ingrijpen. Neem nu de Sarbanes Oxley-ACT (SOX): een wet die voornamelijk in de publiciteit is gekomen vanwege de verregaande bestuurdersaansparakelijkheid (artikel 404 van SOX, op grond waarvan bestuurders persoonlijk aanspakelijk kunnen worden gesteld voor wanbestuur), maar SOX is in wezen niet veel meer dan een heel uitgebreid stelsel gedragsregels. Beleggers en andere partijen mogen er vanuit gaan dat die worden opgevolgd; kortom: ze mogen erop vertrouwen dat ze weten wat voor activiteiten er binnen een onderneming plaatsvinden. Of neem de code-Tabaksblat: ook hier is er uitgebreid aandacht voor het belang van transparantie, vooral in de veelbesproken paragrafen over de risicoanalyse. De Code vereist dat de bestuursverklaring inzake interne beheersing (de 'in control statement') intern wordt gedocumenteerd. Dat niet alleen, ook wordt van het management verwacht dat het de kwaliteit van de interne beheersing regelmatig test. Kortom: Tabaksblat wil bewezen transparantie. Of neem IFRS. Ook hier is transparantie het uiteindelijke doel. Transparantie: in de zin dat duidelijk wordt wat een onderneming werkelijk presteert en in de zin dat duidelijk wordt hoe die prestaties zich verhouden tot die van ondernemingen in de VS en elders ter wereld, voorzover die tenminste ook zijn overgestapt op de International Financial Reporting Standards of een daarvan afgeleid boekhoudsysteem. Gezamenlijke boekhoudstandaarden zouden die zo felbegeerde transparantie moeten bevorderen. De weg naar volledige transparantie is echter lang en bezaaid met hindernissen - zo dat doel al ooit bereikt wordt. Neem nu SOX. Nu al is duidelijk dat allerlei bepalingen makkelijk te omzeilen zijn. Zo komt nu naar buiten dat veel bestuurders optiecontracten laten antedateren, zodat ze hun opties kunnen verzilveren met maxiamle winst. Mag niet, maar SOX kan het niet voorkomen. Of neem Tabaksblat. De in-control-verklaringen lopen zo uiteen, dat ze onderling onvergelijkbaar zijn en het interpreteren ervan vrijwel onmogelijk is, zo blijkt uit een nieuw onderzoek van PricewatehouseCoopers onder Nederlandse beursanalisten, journalisten, vermogenbeheerders, investeerders, banken en pensioenfondsen. En voorzover de in control-verklaringen wel vergelijkbaar zijn, 'dreigen in de huidige situatie de in-control-verklaringen in de risicoparagraaf te verzanden in algemeenheden'. Of neem IFRS. Er is in de financiële wereld veel gemor over het besluit om onder IFRS bezittingen op marktwaarde te waarderen. Op zich niet zo gekke gedachte, alleen schommelen de resultaten van bedrijven met veel bezittingen veel heftiger dan vroeger - en dat heeft lang niet altijd te maken met de aard van de bedrijfsvoering, maar kan ook komden door iets onnozels als dat het bedrijfspand toevallig meer of minder waard is geworden. Is dat nu transparantie? Bij verzekeraars is het helemaal erg: daar worden de bezittingen tegen marktwaarde gewaardeerd, maar de verplichtingen tegen historische kostprijs. Een ramp, klaagt Jos Streppel, CFO van Aegon in het nieuwe nummer van Chief Financial Officer. De cijfers van de verzekeraar zijn onder IFRS een 'rommeltje'. Conclusie: het bedrijfsleven is zo transparant als roet. Of dat zo erg is, is overigens een tweede. Als bedrijven maar goed presteren, zul je veel aandeelhouders niet horen over het gebrek aan transparantie. Wat kan het hun schelen hóe de winst tot stand is gekomen, als er maar winst wordt gemaakt en als zij daar maar in kunnen delen? Zij hebben liever transpiratie (de ondernemening moet presteren, werken!) en transacties (veel verkopen en verdienen) dan transparantie.