De Raad van Commissarissen moet zijn taak als toezichthouder ondermeer bij overnames serieuzer nemen dan nu het geval is. Maria van der Hoeven, minister van Economische Zaken, in een interview met dit blad: 'Kijk bij excessen niet meteen naar de overheid.'

Het is rustig. Den Haag ontwaakt. In alle vroegte maakt de bewindsvrouw tijd. Plaats van handeling: de kamer van de minister. Het blijkt een modern, ruim opgezet geheel, waar de minister een breedbeeldtelevisie heeft neergezet om de actualiteit te volgen.

Uit het gesprek blijkt echter dat ze de actualiteit liever naar een hoger, abstracter niveau trekt, zoals bewindslieden behoren te doen. Los van de waan van de dag over bijvoorbeeld private equity. Los van optredens in de Kamer naar aanleiding van kamervragen ingegeven door een blik in de krant.

En ook los van beeldvorming. Investeringsmaatschappijen zijn sprinkhanen zei Joop Wijn, de voorganger van Van der Hoeven. Nee, het zijn leegzuigers, zei een krant die ooit als eigenaar een Britse investeringsmaatschappij had. ‘Dat is één beeld’, reageert Van der Hoeven.

‘De kant die je nooit hoort is dat investeringsmaatschappijen bedrijven gezond maken en weer op de rails zetten. Neem bijvoorbeeld Vendex KBB.’ Van der Hoeven neemt de kritiek van dezelfde – wellicht na het debacle onder Apax niet meer zo onafhankelijke – krant over het onderzoek van minister Bos van Financiën aan voor kennisgeving.

‘Het is niet alleen dit onderzoek dat we hebben laten uitvoeren. Dit is slechts een stukje puzzel waarmee we een goed beeld van private equity willen krijgen.’ Is dit onderzoek (eigenlijk een deskresearch) echter niet een te slap middel na de commotie rondom private equity? ‘Misschien wel’, stelt Van der Hoeven, maar het gaat er natuurlijk om wat je met al die info gaat doen.’


Sterkere rol
Over naar een ander heikel punt beloningen na overnames. Van der Hoeven wil zich niet uitlaten over specifieke gevallen zoals Rijkman Groenink, CEO van ABN AMRO. Ze pleit desondanks voor transparantie en een sterkere rol van de commissaris.

‘In het Besluit Openbare Biedingen staat dat de belangen van een bestuurder bij een overname in de openbaarheid moeten worden gebracht, ook als deze verband houden met een derde partij.’

Die transparantie kan de overheid afdwingen, maar de minister wil geen maximum aan beloningen stellen. ‘De Raad van Commissarissen moet zijn werk kunnen doen en op meer afstand van het bestuur opereren om daadwerkelijk te controleren.

Onze two tier-structuur van bestuur en commissarissen is mij heel wat waard, maar dan moeten commissarissen wel nadrukkelijk de belangen van alle stakeholders afwegen. Dat gebeurt niet altijd. Met een glas port gezellig bijeenkomen met het bestuur is er al lang niet meer bij. Als je zo het commissariaat invult, moet je je afvragen of je nog toegevoegde waarde hebt.’

Van der Hoeven bepleit een kritischer rol voor de commissaris. ‘De tendens dat er naar de overheid wordt gekeken bij excessen, moeten we doorbreken. Commissarissen hebben zelf verantwoordelijkheid.’ Van der Hoeven gelooft in transparantie en de zuiverende rol daarvan op de markt, mits alle partijen hun rol spelen.

Niet alleen aan de kant van het bestuur en de Raad van Commissarissen, maar ook aan aandeelhouderszijde. ‘Dat investeerders in beursgenoteerde bedrijven hun bedoelingen kenbaar moeten maken, vind ik een goede zaak. Net zoals het openbaar maken van het belang. Je komt zo te weten wie wie is en wat de intenties zijn.’

Daarmee hebben volgens de filosofie van de minister marktpartijen de mogelijkheid om een eigen strategie te bepalen. Transparantie zou zo het systeem van checks and balances versterken. In het geval van staatsinvesteringsmaatschappijen lijken die intenties echter overduidelijk: een sterke, zo niet controlerende invloed verwerven in een ander land.

Van der Hoeven wil eerst onderzoek naar die staatsinvesteringsmaatschappijen. ‘Je moet ze niet bij voorbaat afschrijven. Bekijk eerst wat voor soort fondsen het zijn en wat ze willen. Opereren ze volgens de geldende wetten van de financiële markten?

Is er de mogelijkheid om vice versa in het land van herkomst van de investeringsmaatschappijen te investeren of is het alleen eenrichtingsverkeer? Op dat soort vragen moeten we antwoorden vinden.’


Tafelzilver
In de tussentijd wapent Nederland zich al. De splitsingswet om het netwerk en het leveranciersbedrijf van energiemaatschappijen te delen, is er volgens Van der Hoeven niet voor niets gekomen.

De staat heeft daarnaast nog steeds een groot belang in Schiphol. De minister is evenwel geen voorstander van een gouden aandeel. ‘Het vorige kabinet heeft ervoor gekozen het tafelzilver te verkopen, maar wij kijken anders tegen de zaken aan. We maken pas op de plaats.’

Diezelfde pas op de plaats wil Van der Hoeven maken als het gaat om een marktmeester. Bestuurslid Paul Koster van de Autoriteit Financiële Markten zag zijn instantie als de aangewezen kandidaat daarvoor. Hij beoogde een rol à la het Engelse Take Over Panel.

Van der Hoeven: ‘Ik ben daar niet voor. Of Koster voor zijn beurt spreekt? Hij mag zeggen wat hij wil. Je kunt een element uit een andere structuur zoals die in Groot- Brittannië werkt niet eruit halen en dan zeggen dat gaan we overnemen.

Daarbij komt dat het Take Over Panel alleen naar het aandeelhoudersbelang kijkt en niet andere belangen in ogenschouw neemt. Daar waar commissarissen dat wel behoren te doen en dat in veel gevallen ook daadwerkelijk doen.’

Van der Hoeven hekelt het beeld van de uitverkoop van de BV Nederland. Natuurlijk, topondernemingen als VNU en Vendex KBB zijn in handen van buitenlandse private equity partijen gevallen, maar daar staan minstens zoveel overnames van Nederlandse ondernemingen in het buitenland tegenover.

Kortom: globalisatie houd je als klein kikkerlandje niet tegen. ‘Nog los van het feit dat beursgenoteerde ondernemingen vaak sowieso al veel buitenlandse aandeelhouders hebben.’ De minister komt met cijfers. Het aantal overnames van Nederlandse ondernemingen in het buitenland ging van 132 naar 216, terwijl het aantal buitenlandse deals in diezelfde tijd van 135 naar 145 ging.

‘Het beeld klopt dus niet’, concludeert Van der Hoeven. ‘Net zoals je private equity niet over de hele linie kunt neerzetten als leegzuigers en sprinkhanen.’ Toch deed voorganger Joop Wijn (eveneens CDA) dat juist wel.

‘Op dat moment was dat gezien een paar incidenten nodig’, reageert de bewindsvrouw. ‘Dat wil niet zeggen dat we die beeldvorming door moeten zetten. Het dient geen nut om de hele sector in het verdomhoekje te plaatsen. Want ook ik ben voorstander van een open kapitaalmarkt waarin private equity een rol speelt.’


Fijn, crisis?
De antieke klok slaat. De tijd is op. Het laatste onderwerp, de kredietcrisis, mag met een voet tussen de deur worden voorgelegd. Als voorstander van marktwerking moet de minister daar blij mee zijn. Toch?

‘Fijn crisis, hoor je mij niet zeggen. Maar als deze beweging een zuiverende werking heeft op overmatige schuldfinanciering bij overnames, dan ben ik daar wel content mee. We staan weer met de beide benen op de grond.

We weten weer dat aan het uitlenen van geld risico’s kleven. En hieruit blijkt eens te meer dat de markt zelf in staat is zijn antwoorden te geven.’


Maria van der Hoeven (1949) is sinds 22 februari 2007 minister van Economische Zaken. Van 22 juli 2002 tot 22 februari 2007 was zij minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van der Hoeven was lerares en directeur van het technologiecentrum Limburg en gemeenteraadslid in Maastricht. In de periode 1991 tot 2002 was zij Tweede Kamerlid voor het CDA. In de Tweede Kamer hield zij zich bezig met bestuurlijke organisatie en voortgezet onderwijs. Zij was vice-voorzitter van de CDAfractie en eerste ondervoorzitter van Tweede Kamer.