Finance moet geen eilandje zijn. De kracht is juist het samenspel met de rest van de organisatie.

Door Di-Lan Sun

Het Nederlands Meetinstituut (NMi) wil de omzetgroei verdubbelen. Die missie gaat de nieuwe CFO Michel Boudewijns vormgeven met een goed ingerichte organisatie waarin business control leidend is.

Het NMi bestaat eigenlijk al honderden jaren. Het bedrijf in Delft is de voortzetting van Dienst van het IJkwezen en groeide uit tot een toonaangevende internationale speler op het gebied van meettechniek en certificering en kalibratie daarvan. Het bedrijf doet typekeuringen van verschillende meetapparatuur, zoals slimme meters voor de consumentenmarkt en industriële gasmeters. Klanten van de NMi zijn onder anderen ProRail en de politie, bijvoorbeeld voor het meten van flitspalen en apparatuur voor mobiele controles. Het bedrijf is betrokken bij alle facetten van de wettelijke metrologie en heeft wereldwijd ongeveer drie procent van de markt in handen.

Michel Boudewijns is een ervaren financieel professional. De laatste jaren is hij in diverse rollen werkzaam bij het NMi. Daardoor kent hij het metrologiebedrijf goed en dat komt ook tot uiting in de wijze waarop hij via Finance de groeiambities van het concern vorm wil geven. Finance moet daarbij de spin in het web zijn, stelt hij. “Veel financials creëren zelf een afstand binnen de onderneming”, zegt hij daarover. Finance moet volgens hem geen eilandje binnen een concern zijn dat keurig iedere maand cijfers presenteert aan de aandeelhouders. “De kracht van Finance is juist dat ze terug kan rapporteren aan de onderneming, tot op de werkvloer aan toe. Mensen die het werk uitvoeren moeten zien wat hun arbeid uiteindelijk oplevert.” Daarmee begeef je je op het terrein van business control, volgens de CFO vaak een onderbelichte kant binnen veel organisaties. “Finance vergaart heel veel informatie en is in staat die goed te verwerken. Daar kan je vooral binnen het bedrijf veel meer mee doen. Je kunt laten zien waar je succesvol in bent en mensen in staat stellen actief mee te denken over het werkproces. Waar kan het beter, waar kan het efficiënter? Daar ligt de kracht van Finance; het samenspel met de rest van de organisatie.”

Efficiëntieslag
Boudewijns heeft naar eigen zeggen zelf al een flinke efficiëntieslag geslagen door het enterprise resource planning (ERP)-systeem te stroomlijnen. Door goede afspraken kan hij wekelijks laten zien hoe het bedrijf presteert. Boudewijns vertelt vol enthousiasme over het systeem, maar hij hoedt er wel voor de organisatie niet te overvoeren met informatie.

Nu de zaken binnenshuis goed op orde zijn, kan Boudewijns zich zonder zorgen bezighouden met de groeiambities van het NMi. Daarbij krijgt hij ondersteuning van de nieuwe sales director Lars Cornax en Yvo Jansen, die onlangs gestart is als CEO. Ook bij de groeiambities speelt efficiëntie en het stroomlijnen van werkprocessen een belangrijke rol. De verhuizing in 2018 naar een ruimere locatie heeft daar zeker aan bijgedragen. “We hebben nu meer capaciteit, bijvoorbeeld omdat we meerdere meetopstellingen naast elkaar kunnen opstellen. Dat zorgt er weer voor dat we meer klanten tegelijk kunnen bedienen.” Ook daarbij is het samenspel tussen Finance en de mensen op de werkvloer van evident belang, stelt Boudewijns. Operational excellence is een zaak waarbij de hele organisatie, van hoog tot laag, betrokken hoort te zijn. Vooral met de groeiambities van het NMi in het achterhoofd.

Spannende tijd
"Dit is een zeer spannende tijd”, zegt hij dan ook. De groeiplannen zijn volgens hem ambitieus, maar wel realiseerbaar. Binnen nu en vijf jaar wil de organisatie de omzet van zo’n 17 miljoen euro verdubbelen naar 35 miljoen. “De markt waarin we zitten is niet groot, maar er zijn zeker groeimogelijkheden.” Allereerst wil Boudewijns inzetten op uitbreiding in ISO-normeringen. Bij de accreditaties die daarbij horen zitten werkzaamheden die het NMi kan uitvoeren. Door de time-to-market te verkorten kan het bedrijf behoorlijk wat nieuwe opdrachten binnenslepen. “Er zijn veel overheidsorganisaties die hetzelfde doen als wij”, legt Boudewijns uit. “Maar de doorlooptijd is erg lang.” Als voorbeeld noemt hij het gerenommeerde Duitse Physikalisch-Technische Bundesanstalt (PTB). Daar kan het soms wel anderhalf jaar duren voordat een klant aan de beurt is. “Bij ons kunnen ze binnen een aantal weken terecht. Wij hebben het proces geoptimaliseerd en kunnen een type-goedkeuring voor, bijvoorbeeld, een slimme meter tussen de drie en zes maanden regelen.” Door de processen veel sneller uit te voeren kan de autonome groei flink worden vergroot.

Naast de autonome groei zet het NMi ook in op buy-and-build strategie. Daarbij zal Boudewijns zich vooral richten op het uitbreiden van bestaande capaciteiten op het gebied van wettelijke metrologiediensten en op groei in nieuwere gebieden zoals duurzame energie en digitale veiligheid. “License to operate is voor ons heel belangrijk”, zegt hij over de te volgen strategie. In Europa wordt gekeken naar geschikte overnamekandidaten. Die moeten wel een essentiële toevoeging hebben voor de organisatie, haast Boudewijns zich te zeggen. Hoewel de CFO zelf spreekt van een nichemarkt, merkt hij dat de markt broeit. Dat ondervindt hij tijdens gesprekken met targets. “We hadden ons voor een overnameproject gemeld. Vanuit de partij waarbij we ons moesten inschrijven kregen we te horen dat er 29 gegadigden waren.”

Kapitaalkrachtige aandeelhouder
Overigens kan het NMi goed zakendoen op de M&A markt. In het Amerikaanse private equity investeerder Levine Leichtman Capital Partners Los Angeles, dat het bedrijf in 2020 overnam, heeft het NMi een kapitaalkrachtige aandeelhouder die bereid is de groeiambities financieel te ondersteunen. De overnameprooien vindt het NMi niet alleen in eigen land. “We kijken ook over de grens”, zegt Boudewijns. Hij is niet bang dat het NMi zelf overnameprooi wordt. “Een groot gedeelte van de markt is in handen van overheidsorganisaties”, legt hij uit. “Heel veel overheden willen de metrologie graag in eigen hand houden.” Voor NMi is een belangrijk feit dat de organisatie van oudsher een goede naam heeft. “We zijn geen goedkoop bedrijf. Maar klanten weten dat we hoogkwalitatief werk leveren”, zegt Boudewijns. “Heb je je apparatuur bij NMI laten meten, dan gaan er in Europa deuren voor je open.”

Boudewijns wil dat dit over vijf jaar nog steeds wordt gezegd over het NMi. “Met de groeiambities willen we ook waarde blijven creëren voor onze klanten. We merken dat eisen en normen die gesteld worden, bijvoorbeeld binnen wetgeving, steeds worden bijgesteld.” Het NMI moet daarin meebewegen, beseft Boudewijns, met scholing en bijscholing van het personeel, bijvoorbeeld. “Nu hebben we een grote voorsprong op de concurrentie. Dat kostte veel tijd en geld. Niet iedere organisatie kan dat dragen. Wij moeten zorgen dat we dat wel kunnen blijven doen.”