KPMG: "Informatievoorziening auditcommissie schiet vaak tekort"

Leden van auditcommissies maken zich zorgen over het volume en de timing van de informatie waarmee zij hun toezichthoudende werk moeten uitvoeren. De commissieleden zetten vooral vraagtekens bij de kwaliteit van de informatie die zij krijgen over de risico's van cybercriminaliteit en de invloed van nieuwe technologieën op de prestatie van de onderneming.

Uit jaarlijks internationaal onderzoek van KPMG onder bijna 1.500 leden van auditcommissies blijkt dat slechts 25% van hen vindt dat de informatie over de risico’s op een mogelijke verstoring van de bedrijfsvoering als gevolg van aanvallen via het internet adequaat is.
 
De auditcommissie is binnen de Raad van Commissarissen aangewezen om toezicht te houden op zowel de financiële verslaggeving als de werking van de risico- en controlesystemen van de ondernemingen waar zij actief zijn. 

Aparte commissies 
De onderzochte commissieleden zien hun toezichthoudende werk steeds complexer worden. Risico’s die de grootste uitdaging vormen hangen met samen met de toenemende wetgeving en overheidsregulering, maar ook met de huidige economische, sociale en politieke onzekerheid.
 
“De toenemende complexiteit betekent dat binnen de bedrijven steeds vaker aparte commissies ontstaan die zich op specifieke risico’s richten”, constateert Philip Wallage, partner bij KPMG en specialist op het gebied van governance.
 
Wallage: “Eén op de vijf commissieleden geeft aan dat de onderneming een dergelijke nieuwe commissie in het leven heeft geroepen. Hierbij gaat het met name om commissies die zich specifiek met de strategische planning bezighouden, met compliance en ethiek en met de technologie binnen de onderneming. Een duidelijk signaal dat de complexiteit van de omgeving waarin zij opereren, toeneemt.” 

Grotere bijdrage CFO 
De commissieleden zijn in het algemeen tevreden over de communicatie met en de informatievoorziening door de financiële topman van de onderneming. Wallage: “Toch vinden zij dat ze beter geïnformeerd zouden kunnen worden over de financiële risico’s, de financiële status en fiscale kwesties. De leden van de auditcommissie vinden bovendien dat de CFO een grotere bijdrage zou kunnen leveren aan de strategie van de onderneming en het risicomanagement.
 
Bijna 30% van de bedrijven waar de commissieleden actief zijn, kent geen evaluatieprocedure waarbij de prestatie van de CFO grondig wordt beoordeeld. Bovendien beschikt niet meer dan 40% van de ondernemingen over een formeel plan dat moet voorzien in de opvolging van de CFO.” 

Passende bestuursbeloning 
Ten aanzien van de prestatie van de onderneming vinden de commissieleden dat de onderneming in het algemeen een goed beeld heeft van de twee belangrijkste, niet-financiële factoren die een rol spelen bij het succes van de onderneming: de klanttevredenheid en een efficiënte bedrijfsvoering.
 
Wallage: “Van het beheersen van andere niet-financiële factoren zijn zij echter minder onder de indruk. Zo vallen met name het talent management, het reputatiemanagement, het innovatieve vermogen en de betrokkenheid van de medewerkers te verbeteren. Ruim de helft van de leden vindt dat de beloning van het bestuur past in het resultaat dat het bedrijf op de lange termijn wil realiseren.
 
Een meerderheid vindt ook dat zij tenminste enige inbreng hebben in het beloningsbeleid. Ruim 20% vindt echter dat zij niet betrokken worden bij de risico’s die het gehanteerde beleid voor beloning en bonussen met zich meebrengen.”
 
Bron: KPMG