Het kabinet zet een streep door onzekere oproepcontracten.

Het kabinet wil een nader uit te werken basiscontract, dat werknemers meer zekerheid geeft over zaken als inkomen en werktijden dan het nulurencontract en andere onzekere oproepcontracten. Dat meldt minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aan de Tweede Kamer.

Het is voor de economische zelfstandigheid belangrijk voor werknemers om vooraf te weten wanneer zij beschikbaar moeten zijn voor werk, aldus Van Gennip. Alleen dan hebben zij de gelegenheid om bijvoorbeeld een tweede baan te nemen waarmee zij wellicht wel rond kunnen komen. Een uitzondering blijft bestaan voor scholieren en studenten.

Het kabinet werkt aan een grondige hervorming van de arbeidsmarkt. Flexibel werk blijft mogelijk, maar uitgangspunt wordt "dat structureel werk in principe wordt georganiseerd op basis van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd". Daarmee volgt het kabinet adviezen van de commissie-Borstlap, die onderzoek deed naar arbeidsrelaties, en van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Vakcentrale VCP is blij dat het kabinet de "almaar uitdijende flexibilisering" op de arbeidsmarkt een einde toe wil roepen. "Een trendbreuk op de arbeidsmarkt is echt noodzakelijk. Nergens heeft flex zo sterk om zich heen gegrepen als in Nederland", aldus VCP-voorzitter Nic van Holstein. FNV is ook content met de aanpak van zogeheten schijnzelfstandigheid, maar vindt dat het kabinet op moet passen dat een vast dienstverband niet onzekerder wordt gemaakt.

Ook ondernemersorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zijn tevreden dat het kabinet de adviezen van de SER volgt, al moeten de details nog worden vastgelegd. De belangenverenigingen waarschuwen op hun beurt voor 'cherry picking', waarbij maar een deel van de adviezen wordt uitgevoerd. Zo wijzen ze op het belang van zaken die voor werkgevers belangrijk zijn, zoals doorbetaling bij ziekte voor mkb-bedrijven en deeltijd-ww.