De prijzen stegen in het eerste kwartaal met 2,5 procent, de salarissen met 2,2 procent.

Sinds 2014, het dieptepunt van de economische recessie, is het volgens het CBS slechts een keer eerder voorgekomen dat de consumentenprijzen harder stegen dan de cao-lonen: dat was in het eerste kwartaal van 2017. In 2015 en 2016 lag de cao-loonstijging nog ver boven de stijging van de consumentenprijzen. Destijds kwam de stijging van de consumentenprijzen niet boven de 1 procent uit.

Lees: Tien stappen naar een hoger salaris

Het statistiekbureau merkt op dat een hardere stijging van de cao-lonen dan de consumentenprijzen niet automatisch wil zeggen dat werknemers er reëel in koopkracht op achteruit gaan. Dat komt omdat het nettoloon ook afhankelijk is van de loonheffing en de premies die worden betaald voor bijvoorbeeld pensioen en sociale verzekeringen.

Meeste loonstijging in gesubsidieerde sector

In het afgelopen kwartaal stegen de lonen het meest in de gesubsidieerde sector, met 2,3 procent. In de sector particuliere bedrijven en bij de overheid namen de lonen toe met respectievelijk 2,2 procent en 1,8 procent. Vorig jaar stegen de lonen bij de overheid het meest en namen de lonen het minst toe in de gesubsidieerde sector.
De FNV vindt dat de cijfers laten zien dat werknemers erop achteruitgaan. "We moeten wederom constateren dat werkgevers de hand op de knip houden, terwijl politici van links tot rechts roepen dat de lonen omhoog moeten", zegt Zakaria Boufangacha, cao-coördinator van de vakbond. Bedrijven die flinke winsten opstrijken, mogen wat hem betreft veel toeschietelijker worden in loononderhandelingen. Daarnaast wijt hij de beperkte stijging van cao-lonen aan de toename van flexibele arbeidskrachten.

Loonstijging bij kappers en uitvaart hoogst

Volgens het CBS namen op het niveau van de bedrijfstakken de lonen in de overige dienstverlening, bijvoorbeeld kappers en uitvaartzorg, het meest toe. In het onderwijs stegen de lonen het minst. Dit was vorig jaar de bedrijfstak met de grootste loonstijging, omdat de lonen in de cao van het primair onderwijs meer toenamen, doordat het salarisverschil verkleind werd met docenten in het voortgezet onderwijs.