Impact van de nieuwe belastingregels op je vermogen

In 2022 komen er aparte belastingtarieven voor sparen en beleggen: welke is dan beter?

In 2022 gaan de belastingtarieven in box 3 op de schop. Nu betaal je nog één belastingtarief over je spaargeld en beleggingen. Vanaf 2022 worden dit twee aparte tarieven, met als gevolg dat je nagenoeg geen belasting meer gaat betalen over je geld dat je spaart. Is het dan beter om te gaan sparen of om te gaan beleggen? We leggen het graag uit.

Huidige situatie

Het werkelijk behaalde rendement wordt op dit moment in box 3 niet belast, in plaats daarvan wordt uitgegaan van een verondersteld (forfaitair) rendement voor de belastingheffing. Hoeveel vermogen je hebt, bepaalt met welk verondersteld rendement de Belastingdienst rekent. Deze zijn voor spaargeld en rendement op beleggingen gelijk en liggen tussen de 1,80 en 5,33 procent. Over dat rendement betaal je momenteel 30 procent belasting.

Huidige situatie: rekenvoorbeeld beleggen vs. sparen

Als je 200.000 euro aan beleggingen hebt, zal de Belastingdienst met een rendement van 4,2 procent rekenen. Doe je dat dan hou je 8.400 euro verondersteld rendement over (200.000 euro maal 4,2 procent). Hier betaal je vervolgens 2.532 euro belasting over (8.400 euro maal 30 procent). En wat als je 200.000 euro aan spaargeld hebt? Dan gelden dezelfde rendementspercentages en betaal je dus hetzelfde bedrag aan belasting. Om in beide gevallen nog wat over te hebben moet je rendement dus hoger zijn dan de belastingheffing. Bij een laag rendement, bijvoorbeeld een lage spaarrente, betaal je dus belasting over rendement dat je niet ontvangt.

Wat gaan we veranderen?

Het ministerie wil dat het veronderstelde rendement beter aansluit bij het werkelijke rendement. In 2022 volgen er daarom aanpassing in de belastingheffing. Straks wordt eerst bepaald of je vermogen in box 3 hoger is dan de heffingsvrije drempel van 30.846 euro. Als je vermogen lager is dan betaal je daar geen belasting over. Is het bedrag dat je hebt aan bezittingen hoger? Dan vervalt het heffingsvrije vermogen en wordt afzonderlijk gekeken naar je bezittingen.

De Belastingdienst maakt dan onderscheidt in het soort vermogen en rekent met drie vaste tarieven, waaronder een laag rendement (0.09 procent) voor spaarders en een hoger rendement (5,33 procent) voor beleggers. Over dat rendement betaal je dan 33 procent belasting. Om het verlies van het heffingsvrije vermogen goed te maken, krijgt iedereen 400 euro korting op het veronderstelde rendement. Heb je alleen spaargeld? Dan betaal je per saldo geen box 3-heffing als je spaartegoed onder de circa 444.000 euro blijft.

Rekenvoorbeeld nieuwe situatie

Stel je hebt 200.000 euro gespaard (rekensom: 200.000 euro maal 0,09 procent)  dan betaal je 180 euro aan belasting moeten betalen. Vanwege de 400 euro vrijstelling betaal je per saldo geen belasting. Als je datzelfde vermogen in beleggingen hebt zitten, bedraagt het veronderstelde rendement 10.660 euro (200.000 euro maal 5,33 procent). Over dit rendement wordt eerst de 400 euro korting verrekend, (10.660 - 400 = 10.260 euro). Vervolgens betaal je daar 33 procent belasting over (10.260 euro maal 33 procent = 3.386 euro). Voor beleggers kunnen de voorgestelde veranderingen fiscaal dus minder gunstig uitpakken voor spaarders.

Vermogensopbouw meer dan belasting alleen

De hamvraag blijft: sparen of beleggen? Door de inflatie ga je er in koopkracht op achteruit als je spaart tegen de huidige lage rente van rond de 0 procent. Als je belegt en je beleggingen een positief rendement opleveren, kun je die inflatie nog compenseren. Voor spaarders is dat lastiger. Natuurlijk zijn de belastingheffing en inflatie niet de enige factoren die van invloed zijn op je vermogen.

Kijk bij het opstellen van je financiële doelen daarom ook naar je doelvermogen en de termijn waarop je dat wilt behalen. Wil je vermogen opbouwen voor de lange termijn? Dan kan beleggen een beter alternatief zijn dan sparen. Beleggen vergroot de kans op een hoger rendement. Zodat je straks na aftrek van de belasting en inflatie een aantrekkelijk vermogen kan overhouden. Risico is er natuurlijk ook. Door koersschommelingen kunnen je beleggingen minder waard worden.

Beleggingsportefeuille kan beter

Enige navraag bij Evi van Lanschot geeft het goede nieuws dat een lange beleggingshorizon en een goede spreiding helpen om het risico te verlagen. Hoe eerder je begint, hoe langer je je vermogen aan het werk kunt zetten. Je hebt dan genoeg tijd om eventuele schokken op te vangen en om te profiteren van de uitschieters. De voorgestelde belastingplannen zijn dan ook een goede reden om eens kritisch te kijken naar de risicospreiding binnen je beleggingsportefeuille. Een goed gespreide portefeuille, maakt de kans op rendement groter.